Familie: ‘nicht’ Elizabeth Gilbert

Ken je dat? Dat je filmacteurs zó vaak een goede rol ziet spelen dat je naar ál hun films wilt? Dat je álle wedstrijden van je favoriete sporter wilt zien? En dat je ze volgt op sociale media? Dat ze voelen als familie? Dat heb ik nu met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken, zonder op de recensies te wachten.  Ik volg ze op social media en lees hun nieuwsbrieven. Ze zijn familie, mijn bureau staat vol met hun foto’s! Ik stel elke maand een familielid aan je voor. Deze maand: mijn ‘nicht’ Elizabeth Gilbert.

Waar schrijft ‘nicht’ Elizabeth Gilbert

‘Nicht’ Elizabeth Gilbert schrijft fictie en non-fictie, en is niet echt in een bepaald domein te plaatsen. Zij werd bekend van haar memoir Eten, Bidden, Beminnen, waar zij 2 vervolgen op schreef. Of 3, want haar zelfhulpboek over hoe te leven als creatieveling, gaat ook voornamelijk over haarzelf. En artikel in GQ was een mini-memoir. Ook schreef ze een biografie en een aantal romans, en bewerkte een kookboek van haar grootmoeder. Misschien is het toch wel samen te vatten als: Elizabeth schrijft voornamelijk over Elizabeth, en dat is dan ook haar businessmodel.

Heeft ‘nicht’ Elizabeth andere zakelijke activiteiten?

Op dit moment is ‘nicht’ Elizabeth full time schrijver. Ook geeft ze workshops creativiteit en natuurlijk spreekt ze regelmatig op allerlei events.

Wat valt er nog meer over ‘nicht’ Elizabeth te vertellen?

Elizabeth is geboren (in 1969) en getogen in Connecticut. Haar ouders waren een apart stel: ze begonnen met vrij traditionele carrières als ingenieur en verpleegkundige, maar kochten al snel een afgelegen boerderij waar ze kerstbomen kweekten. Bij gebrek aan tv en pickup (de 70-er jaren he?) werd er veel gelezen, en ook schreven Elizabeth en haar zus toneelstukjes en boeken. Het zat er al vroeg in!

Elizabeth ging naar de Universiteit van New York, maar studeerde niet af. Ze dacht dat ze daar niet zoveel over literatuur en schrijven zou leren, als door het werkende leven en reizen. Ze verhuisde naar Philadelphia en werkte in de horeca om voor haar reizen te sparen. Ook schreef ze artikelen en korte verhalen, die ze verkocht aan verschillende bladen. In 1997 schreef ze een artikel voor GQ: The Muse of the Coyote Ugly Saloon”, wat eigenlijk haar eerste memoir was: het ging over haar tijd als barmeid daar. Het artikel werd verfilmd als Coyote Ugly. In die bar ontmoette ze haar eerste man: Michael Cooper. Ze trouwden in 1994, Elizabeth verliet hem in 2002. In die periode schreef ze 3 boeken, en veel artikelen. Ook had ze een aantal korte relaties, ze zegt later (in 2025) dat ze ‘verslaafd is aan liefde en sex’. Eerder (in 2015) noemde ze het ‘verslaafd aan verleiden’. Ik denk dat dat eerlijker is.

De scheiding kostte veel geld, en ook opnieuw beginnen kostte geld, dus schreef ze een voorstel aan haar uitgever voor een nieuw boek, en ja, dat werd geaccepteerd en ze kreeg een leuk voorschot. Hiervan reisde ze een jaar de wereld rond: Italië, India, Indonesië. Haar belevenissen staan in haar memoir Eten, bidden, beminnen uit 2006. Het leverde haar miljoenen op, en in 2007 een nieuwe echtgenoot: Jose Nunes, die ze in Indonesië beminde. Hoe dat huwelijk beviel, lezen we in haar memoir Committed, waarin ze ook het instituut huwelijk in het algemeen analyseerde.

Het huwelijk duurde tot 2016, in dat jaar begon ze een relatie met haar beste vriendin Rayya Elias. Hoe dat zo kwam, en hoe het afliep, lezen we in haar memoir Tot aan de rivier. Rayya overleed in 2018. Inmiddels heeft ‘nicht’ Elizabeth al weer wat andere relaties achter de rug, maar niets langdurigs.

Veel mensen zijn kritisch op de levensstijl en persoonlijkheid van ‘nicht’ Elizabeth, maar geven wél toe: schrijven kán ze! Daar sluit ik me bij aan. Wat velen doen met Instagram, doet zij met haar boeken.

Welke boeken schreef ‘nicht’ Elizabeth Gilbert?

‘Nicht’ Elizabeth schreef 9 boeken, waarvan ik er 7 las. Ik schreef er kortere of lange recensies over, 2 op deze website, 5 via BookCrosing. Ik vond ze allemaal zo’n 4* waard, behalve de laatste

Tot aan de rivier (2026) – All the Way to the River (2025)

Uit mijn recensie: Blijf je bij me tot aan de rivier? vraagt Rayya aan Elizabeth Gilbert. Deze belooft dat, en in Tot aan de rivier uit 2025 lezen we wat zich in het volgende deel van Liz’ leven afspeelt. Dit memoir is nog véél dramatischer dan de voorgangers. We lezen over opnieuw verliefd worden, de dood van Liz’ geliefde, Liz’ verslavingen en haar pogingen om af te kicken. Hoeveel dramatische ontwikkelingen kan een mensenleven hebben? Rayya is Liz’ kapster, en de twee worden goede vriendinnen en dan geliefden. De rivier is de East River in New York, om daar te komen moet je door een aantal buurten, van rijk en schoon tot achterbuurten vol verslaafden. Die rivier staat voor Rayya voor de dood, alleen de allerbeste vrienden lopen met je mee. Lees mijn recensie | Koop bij Libris  

 

Stad van meisjes (2019) – City of Girls (2019)

Uit mijn recensie (op BookCrossing, want fictie): Ik vond het een prachtig boek, de jaren rond WO2 zijn heel goed beschreven en de hoofdpersoon, Vivian, geweldig uitgewerkt. Zo anders dan ikzelf, en (toch) kon ik mij heel makkelijk verplaatsen in haar gevoelens en ervaringen. Knap gedaan! Flaptekst: New York, 1940. De negentienjarige Vivian Morris heeft het eerste jaar van de universiteit niet gehaald, en haar ouders besluiten dat ze bij haar tante in New York moet gaan wonen. Haar tante is de eigenaar van de Lily Playhouse, een roemrucht maar vervallen theater in Manhattan, en Vivian voelt zich meteen thuis in de extravagante en onconventionele wereld van acteurs en showgirls. Koop bij Libris

Big Magic ( 2015) – Big Magic (2015)

Uit mijn recensie: Big Magic van Elizabeth Gilbert uit 2015: is het een zelfhulpboek, of een memoir? Een beetje van beide. Elizabeth Gilbert kennen we van de megabestseller Eten, bidden, beminnen (Eat, Pray, Love). Ze heeft ongetwijfeld bergen vragen als ‘Hoe doe je dat nou?’ gehad en haar antwoord is dit zelfhulpboek voor creatieve beroepen. Wat het eerst opvalt, is hoe persoonlijk dit boek is, en hoe kwetsbaar ze zich opstelt: alle blunders en slechte beslissingen komen aan de orde. Maar gelukkig ook de goede beslissingen, want daar leren we ook van! Lees mijn recensie | Koop bij Libris

Het hart van alle dingen (2013) – The Signature of All Things (2013)

Uit mijn recensie (op BookCrossing, want fictie): Prachtig! Flaptekst: Laat je meevoeren van Londen naar Peru, van Philadelphia via Tahiti naar Amsterdam, in een verhaal vol buitengewone personages: missionarissen, vrijheidsstrijders, avonturiers, astronomen, zeekapiteins, en bovenal Alma Whittaker, de heldin van dit verhaal, een vrouw die haar tijd een stap vooruit was. Alma wordt geboren in een bekende familie van botanisten en groeit op tot een onafhankelijk meisje met een grote honger naar kennis. Het duurt dan ook niet lang voor zij haar eigen onderzoeksproject start. Maar terwijl haar studie haar meetrekt in de mysteries van de evolutie, wijst de man van wie ze houdt haar een tegengestelde richting. Koop bij Libris. Weetje: ‘nicht’ Elizabeth ging bij familielid Robin Wall Kimmerer te rade over de mossen, waar Alma zich in specialiseert.

Toewijding (2010) – Committed (2010)

Uit mijn recensie (op Bookcrossing): In Eten, Bidden, Beminnen (Eat, Pray, Love) lazen we hoe Elizabeth in Bali Felipe ontmoet. In het vervolg blijkt dat de Amerikaanse immigratie niet zo gelukkig met de regeling is als ze weer samen in Amerika wonen. Felipe wordt het land uitgezet. Als ze trouwen, ja dan mag Felipe het land weer in. Elizabeth is echter niet zo’n voorstander van (weer!) trouwen, en gaat op onderzoek uit.
Het is een interessant boek, over trouwen in verschillende culturen en verschillende tijden. Nooit geweten dat de kerk dit eerst verbood! Helaas is er in vergelijking met het vorige boek minder ruimte gemaakt voor de reizen en avonturen van Elizabeth. Koop bij Libris

Eten, bidden, beminnen (2008) – Eat, Pray, Love (2006)

Uit mijn recensie (op BookCrossing): Ik vond het zo goed dat ik het niet echt wilde vrijlaten (= ergens achterlaten). Prachtig, soms herkenbaar, vaak grappig en spannend. Dat de twijfel toeslaat over wat je met je leven doet, of het leven met jou. Flaptekst: Op haar dertigste heeft Elizabeth Gilbert alles wat een ambitieuze, hoogopgeleide vrouw zich zou kunnen wensen: een echtgenoot, een huis en een succesvolle carrière. Maar in plaats van gelukkig te zijn wordt ze overspoeld door paniek, verdriet en verwarring. Ze besluit dat het tijd is voor een zoektocht naar de dingen die ze mist in haar leven: plezier, toewijding en evenwicht, en gaat op reis. In Italië maakt ze kennis met la dolce vita, in India met tempelvloeren die geschrobd moeten worden en in Indonesië met een excentrieke medicijnman – en haar grote liefde. Koop bij Libris

De laatste man (2022) – The Last American Man (2002)

Deze biografie las ik nog niet, dus de flaptekst: Eustace Conway is in de ogen van Elizabeth Gilbert de laatste echte Amerikaanse man. Als zeventienjarige jongen verlaat Conway zijn ouderlijk huis, weg van de continue minachting van zijn vader. Hij verruilt huiselijk comfort voor een tipi in de Appalachen, waar hij zelfvoorzienend probeert te leven. Naarmate hij ouder wordt, jaagt hij grotere dromen na: hij vaart de Mississippi af in een zelfgemaakte kano, loopt de Appalachian Trail, en doorkruist Amerika te paard. Twintig jaar later woont Conway nog steeds in de bergen, waar hij lesgeeft in overlevingstechnieken aan mensen die dichter bij de natuur willen komen. Koop bij Libris

Mannen van staal (2008) – Stern Men (2000)

Uit mijn recensie (op Bookcrossing): Als je de flaptekst leest, lijkt het of de liefdesgeschiedenis de hoofdmoot is. Dat is niet zo, het komt pas aan het eind van het boek op, en dan nog maar super summier. Het draait wel om het leven van de kreeftenvissers, het wonen in een super klein plaatsje, en de relatie tussen Ruth en haar moeder en oma enerzijds, en de familie Ellis anderzijds. Ruth en de oude heer Ellis lossen dat uiteindelijk op, op een mooi beschreven manier. Flaptekst: Ruth Thomas is geboren op Fort Niles, een eiland voor de kust van Maine dat al generaties lang een felle concurrentiestrijd voert met het buureiland Courne Haven. Haar schoolvakanties brengt Ruth nog regelmatig door op het eiland van haar jeugd, waar ze haar eigen weg probeert te vinden tussen de rijke familie Ellis en de plaatselijke kreeftenvissers. Koop bij Bol

Pelgrims (2009) – Pilgrims (1997)

‘Nicht’ Elizabeth’s debuut. Dit boek las ik nog niet, dus de flaptekst: De helden van Pelgrims zijn de zoekers van alle tijden. Ze handelen blindelings, zeker als het om liefde gaat, maar ze zijn ook moedig en allemaal even onvergetelijk. In Pelgrims vertelt Gilbert twaalf verhalen over twaalf unieke mensen, waarbij ze met haar krachtige vertelstem, de onvergetelijke dialogen en de compassie voor haar personages iedere lezer direct zal raken. Koop bij Bol

Ander werk

Ze was redacteur voor The Best American Travel Writing 2013

Ze gaf het kookboek van haar overgrootmoeder uit 1947 opnieuw uit: At Home on the Range

En ze schreef bijdragen voor boeken en essays voor tijdschriften.

Verantwoording

Deze informatie komt uit  WikipediaGoodreadsLibris. Haar website is al een tijdje uit de lucht. Op Facebook vind je aankondigingen voor events. Ze heeft een Substack: Letters From Love.

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 (update november 2025) stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari (update maart 2026) nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober (update maart 2026) nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari (update maart 2026) nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni (update maart 2026) nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart (update mei 2026) was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April (update november 2025) was voor tante Jane Goodall
  29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor
  30. En in juni nicht Babette Porcelijn.
  31. In juli was de beurt aan mijn neef Yuval Noah Harari
  32. Augustus was voor nicht Robin Wall Kimmerer
  33. In september (update februari 2026) stelde ik neef Rutger Bregman aan je voor
  34. En in oktober nicht Roxane van Iperen
  35. In november was de beurt aan neef Roman Krznaric.
  36. December was voor tante Carol Dweck.
  37. In januari 2026 stelde ik neef Hans van der Loo aan je voor.
  38. En in februari nicht Katja Staartjes
  39. In maart was de beurt aan neef Malcolm Gladwell.
  40. April was voor ‘nicht’ Lois P. Frankel.
  41. In mei stelde ik ‘neef’ Frans de Waal aan je voor.
  42. En in juni ‘nicht’ Stine Jensen.
  43. In juli was de beurt aan ‘neef’ Jonathan Haidt
  44. Augustus was voor ‘nicht’ Elizabeth Gilbert.

Geplaatst in Biografie | Tags: , | Plaats een reactie

Recensie: De techbro’s – duistere verlichting

Hoe de futuristische fantasieën van enkele miljardairs de wereld veranderen in een nachtmerrie. Zo! De ondertitel van De techbro’s van George van Hal en Laurens Verhagen uit 2026 is duidelijk over de mening van de auteurs. Toch weten de journalisten van de Volkskrant een goed onderbouwd betoog neer te zetten, waarin het óók, of juist, gaat over het waaróm van hun acties, en uit welke bronnen de techbro’s hun inspiratie halen. Dit uitstekende boek leverde mij heel wat nieuwe inzichten op!

Ik ben een scifi- en fantasy-liefhebber, maar kende toch een aantal van die invloedrijke boeken (Snow Crash!) niet. En ook had ik de rol van mensen als Marc Andreessen, Peter Thiel en Sam Altman onderschat, het draait zéker niet (alleen) om Musk, Bezos en Zuckerberg, zoals de kaft impliceert. Een aantal leermeesters van de heren kende ik zelfs helemaal niet. Natuurlijk komt ook de relatie met Trump aan de orde, waar naar mijn idee toch de grootste push richting nachtmerrie vandaan komt. Ja, het boek laat helder licht schijnen op een duistere trend. Leerzaam dus, en erg goed geschreven.

Het maatschappelijke boek De techbro’s …

…. valt uiteen in 5 delen. Deel 1 gaat in op de missie van de techbro’s.  Het allereerste hoofdstuk begint met een introductie op het scifi-boek Snow Crash. In dit boek is de economie en de overheid in de VS ingestort en heersen de bedrijven over kleine stadsstaatjes, waarin ze hun eigen regels bepalen. Criminaliteit tiert welig, is gewoon een bedrijfstak. De bevolking zoekt zijn heil in de Metaverse, waarin de rijke deelnemers zich duurdere avatars kunnen veroorloven. Zuckerberg wil ook zoiets. Opium voor de massa’s. Marc Andreessen, bestuurslid van Meta, zegt dat ‘we al 5000 jaar bezig zijn ongelijkheid in de echte wereld te verminderen, we moeten niet nog eens 5000 jaar wachten. Online werelden kunnen het leven voor iedereen mooier maken, ongeacht de ontberingen in de echte wereld waarin ze zich bevinden.’ Goede intenties dus?

Musk laat zich inspireren door The Moon is a Harsh Mistress. Hierin heeft supercomputer Mike alle communicatie in handen, en gebruikt dat om de publieke opinie te beïnvloeden. Musk heeft X. Zijn bedrijf Neuralink is geïnspireerd door de Culture-reeks van Ian Banks. De verhalen van Asimov (de Foundation– en Robot-series) en Douglas Adams (A Hitchhikers Guide ...) inspireren hem om Space X op te richten en het heelal te koloniseren. Zo kan hij ervoor zorgen dat de mensheid niet uitsterft na een nucleaire oorlog of meteorietinslag. Goede intenties dus?

De meeste mensen lezen de scifi-verhalen als een waarschuwing voor een dystopische toekomst, en zelfs de auteurs ervan geven dat aan, maar de techbro’s worden rijk van de betreffende technologie, en bekijken het commercieel, zien het als een handleiding. Toch hebben ze meer drijfveren dan geld alleen. Daar gaat de rest van het boek over.

Techoligarchie

De techbro’s (van de VS) zaten altijd voornamelijk in het kamp van de Democraten, Obama maakte zich hard voor technologie en innovatie en verwaarloosde regulering. Maar via de Republikeinen was er nóg minder regulering mogelijk, en de Democraten werden strenger na het schandaal van Russische inmenging in de verkiezingen van 2016. Trump en Vance zitten juist perfect op één lijn met de techbro’s. Als de VS een wereldmacht willen blijven en China vóór willen blijven, moeten er sterkere banden zijn tussen de overheid en de technologiesector, net als in China het geval is, is hun uitgangspunt. Die vervlechting wordt in de VS ook ingezet: belangrijke functionarissen uit de techsector (Meta, Open AI, Palantir) hebben tegelijkertijd een formele rang in het leger en zijn onderdeel van de commandostructuur. De opkomst van de techoligarchie is een feit.

Duistere Verlichting

In hoofdstuk 3 maken we kennis met andere spelers. Zo komt Curtis Yarvin aan bod, hij heeft een bepaald reactionair blog en raakt bevriend met Peter Thiel. Ook Marc Andreessen is fan. Yarvin stelt dat het na de Verlichting met het Westen is misgegaan, door vrijheid, gelijkheid en broederschap. Doorgeschoten gelijkheidsdenken is de opmaat tot ellende, er is een autoritaire leider nodig die het land als een start-up gaat leiden. Yarvin staat aan de wieg van de Dark Enlightenment-beweging, de Duistere Verlichting. Peter Thiel is aanhanger, en heeft ook een organisatie, Dialog, waar techbro’s, politici en andere zwaargewichten deel van uitmaken en die wereldwijd bijeenkomsten organiseert die erg geheim worden gehouden. De auteurs vragen zich af of ze nu in complotdenkers zijn veranderd …   

Techoptimisme

De techbro’s zijn techoptimisten, AI gaat klimaatverandering oplossen en kanker genezen zegt Sam Altman. Hoe meer technologie, hoe beter. Hij en Musk richten Open AI op, om de macht van Google op AI-gebied te breken. Ook Bezos is een techoptimist, en richt Blue Origin op. Zuckerberg voorziet in ‘AI-vrienden’ om eenzaamheid tegen te gaan. Marc Andreessen behoort ook tot de club, en is als durfinvesteerder machtig. Onder invloed van Thiel verlaat hij de Democraten en wordt innovatie-adviseur voor de Republikeinen. Maar hij neigt naar extreem-rechts, is tegen ‘vertraging, economische stagnatie en bevolkingskrimp, wat leidt tot minder energie en meer lijden en dood.’  En ook Ray Kurzweil past in dit rijtje. Hij is bekend van de singulariteit, het moment dat AI de menselijke intelligentie overtreft. En dan is er Nick Bostrom, die aandringt op voorzichtigheid rond AI en bekend is van de papercliptheorie, de moeilijkheid een AI te beheersen die een doel nastreeft dat niet op menselijke waarden is afgestemd, het ‘alignment-probleem’. We leren de club aardig kennen.

Van utilisme naar langetermijnisme.

In deel II lees ik over utilisme en effectief altruïsme. Bij effectief altruïsme denk ik aan 10% van je inkomen aan goede doelen geven. Effectieve goede doelen natuurlijk. Maar volgens sommige uit onze club techbro’s gaat effectiviteit om het grootste geluk voor het grootste aantal mensen. Het individu wordt hierdoor ondergeschikt gemaakt. En kun je met een beroep op het algemeen nut ook moreel verwerpelijk handelen rechtvaardigen? Peter Singer stelt met zijn ‘utilisme’ dit soort vragen. Ook deze vraag: een pand staat in brand. Erin een kind en een Picasso. Wat kies je om te redden? De Picasso natuurlijk, die kun je verkopen en met de opbrengst malarianetten kopen, waardoor je véél meer kinderen, in Afrika, redt. De Britse filosoof McAskill zou hier inderdaad voor kiezen, en in 2009 richt hij Giving What We Can op, een non-profit voor wat hij effectief altruïsme noemt.

De techbro’s gaan er in mee: zorg dat er zoveel mogelijk mensen op aarde of in de ruimte komen, en de hoeveelheid netto geluk neemt automatisch toe. Beter heel veel nauwelijks gelukkige mensen dan weinig zeer gelukkige mensen. En het draait niet zozeer om het hier en nu, maar om het heden én de toekomst, tot in het oneindige: langetermijnisme. Huidige generaties kunnen volgens het langetermijnisme worden opgeofferd om een ‘geoptimaliseerde’ mensheid veilig te stellen, ook als die mensheid geüploade breinen zijn, of AI met zelfbewustzijn. En wie is nu beter in het bepalen van de effectiefste manier om het geld van dat altruïsme te besteden dan de techbro’s? En natuurlijk is geld steken in (de veiligheid van) AI, die voor die gelukkige toekomst gaat zorgen, het effectiefst.

Nu zijn er ook andere ideologieën, waar veel AI-ondernemers effectief altruïsme en langetermijnisme mee vermengen: Transhumanisme, Extropianisme, Singularitarianisme, Cosmisme en Rationalisme, samen bekend als TESCREAL. TESC gaat over het samensmelten van mens en techniek en zo de ruimte veroveren, REAL over extreem utilisme. Geld steken in het leven op aarde is gevaarlijk: alle eieren in één mandje, na een kernoorlog of meteoriet-inslag is de mensheid uitgestorven. Het geld moet dus naar het koloniseren van het heelal. En daar voor zijn kolonisten nodig, heel veel kolonisten, nakomelingen van het ‘juiste soort mensen’. Slimme kinderen, nakomelingen van slimme mensen. En dat is urgent want tegenwoordig krijgen ‘slimme mensen’ minder kinderen dan ‘de rest’.

Kruisverbanden

Aan het eind van dit deel vatten de auteurs alle kruisverbanden tussen langetermijnisme, veel kinderen maken, kolonies op Mars, de scifi-boeken (LOTR, Ayn Rand’s boeken, scifi geschreven door witte mannen), techoptimisme nog even samen, wat in combinatie met de grote macht die de techbro’s hebben enorm invloed heeft op de maatschappij. Niemand die ze tegenhoudt!

Het vervolg van het boek, deel III, gaat over het zorgen voor veel genetisch superieure kinderen, onsterfelijkheid, witte astronauten / kolonisten, een technocratische dictatuur op Mars. Hiervoor is economische groei nodig, door slimme AI en een overvloed van energie die we uit de kosmos halen.

AI

Deel IV zoomt in op AI, of deze zelfbewustzijn kan ontwikkelen, wat dat nu eigenlijk is, en of het veel uitmaakt.  En wat is intelligentie precies? En, zal AI de duivel zijn, of God? Hierbij komt ook Yudkowsky aan bod, een ‘AI-doomer’. Hij schat de kans dat AI de mensheid vernietigt, de p(doom), op 100% in. Toch wordt hij als techoptimist gezien, hij bracht AI-experts bij elkaar en was invloedrijk op het gebied van de veiligheid van AI. Maar in 2020 denkt hij dat veiligheid onmogelijk is, en keert zich tegen het ontwikkelen van superintelligentie, want hij denkt dat die al op hele korte termijn het licht zal zien. Vandaar toch een tech-optimist, terwijl hij ook pessimist is. De titel van zijn recente boek ‘Als iemand dit bouwt gaat iedereen dood’ zegt genoeg. O ja, hij schreef ook Harry Potter and the Methods of Rationality – 6 delen. (Intrigerende flaptekst.)

Hierna lezen we over Max Tegmark en Ray Kurzweil, die AI ‘god-achtig’ noemen. Het kan zorgen voor onsterfelijkheid, via het uploaden van ons brein. Sam Altman, van OpenAI, ziet AGI als een ‘magische intelligentie’, en de techbedrijven als de pijlers van de bijbehorende religie. Peter Thiel noemt Altman een Messias-figuur. Bij een God hoort een Antichrist: een luddiet die alle wetenschap wil stoppen. De oorspronkelijke luddieten waren trouwens niet tegen technologie an sich, maar de bijbehorende controle en dwang.

Dystopie

Deel V heet ‘Op weg naar de dystopie’, en gaat over de inzet van AI en technologie voor vergaande surveillance, algoritmen en de inzet van technologie door Trump voor deportaties, denk aan Clearview en Anduril. Ja, dat is dystopisch, en al realiteit. Je zou zeggen dat de techbro’s inmiddels wel genoeg macht hebben, met al hun geld en de korte lijntjes naar Trump, maar nee. Ze snakken naar hun eigen ‘netwerkstaatjes’ waarin ze koning zijn en zelf de regels kunnen maken. Zulke staatjes bestaan al, bijvoorbeeld in Honduras, waar in zogenaamde ‘start-up-zones’ testen voor gen-technologie kunnen worden gedaan met véél minder regulering. De techbro’s willen volledige vrijheid, en vrijheid gaat volgens Peter Thiel niet samen met een democratie. De netwerkstaatjes zijn oefenterrein voor net zulke staatjes in de ruimte, lekker ver weg. Een Martiaanse technocratie, niet alleen een wetenschappelijk project, maar een politiek project. En bepaald niet gebaseerd op ethiek. Dat klinkt óók dystopisch, hoe ver weg het ook nog is.

Wat te doen?

Is er iets te doen aan deze onwenselijke toekomst? Daar gaat de epiloog over. De kern is het ‘herwinnen van de menselijke maat’. Europa moet haar eigen weg kiezen, een van digitale soevereiniteit.  We moeten investeren in het oplossen van de problemen in het hier en nu. Europa moet een ánder verhaal voor de toekomst hebben. En wijzelf? We moeten toekomstfictie lezen, maar niet die van de techbro’s, die van witte mannen. Nee, pak Ursula Le Guin, Becky Chambers, Octavia Butler, voor een menselijke en inclusieve kijk op de toekomst.   

Mijn evaluatie van De techbro’s

Ik vond dit een heel bijzonder boek. Ik las eerder de biografieën van Elon Musk en Jeff Bezos, maar deze waren zeker niet zo gedetailleerd over de motivatie van deze twee en over hun exacte toekomstfantasieën. Nu hebben de auteurs de beide heren niet persoonlijk gesproken, en is er van hun kant ook niet gereageerd op een aanbod van wederhoor, maar de bronnen waaruit is geput zijn openbaar. Daarnaast zijn er nog vele andere techbro’s: Mark Zuckerberg natuurlijk, maar ook, of met name Sam Altman en Peter Thiel, waar ik wel iets over heb gelezen, en verder nog vrij veel belangrijke, maar mij volstrekt onbekende mensen. Hoe prettig om nu een completer beeld te hebben van die club, die elkaar beïnvloedt, beconcurreert en opzweept.

Wat ik met name leerzaam vond is de historie van hun drijfveren, vaak dus gelegen in sciencefiction-literatuur, maar niet alleen dat. Ik begrijp nu ietsjes beter waarom Musk naar Mars wil én zoveel kinderen op de wereld zet. Ook hoe effectief altruïsme zich verhoudt tot miljardair worden en de ruimte opzoeken. Daarbij is het bijzonder interessant om over de diverse componenten van TESCREAL te lezen, en alle discussies over het verschil tussen AI en mensen qua intelligentie en zelfbewustzijn, en de vormen van combinaties van mens en technologie.

Met de onderbouwing is niets mis, veel komt uit boeken (biografieën en andere), kranten, vaktechnische publicaties en sociale media. Opvallend veel komt uit de biografie van Musk door Walter Isaacson. Op basis van het gedrag en de uitspraken van de techbro’s is een best complexe puzzel gelegd. De auteurs zijn hier al jaren mee bezig, en dat merk je aan de diepgang van met name de besproken boeken, fictie én non-fictie. Direct bewijs door bijvoorbeeld interviews was beter geweest, maar bij gebrek daaraan lijkt de  gekozen aanpak het beste alternatief.

Inmiddels is mij duidelijk waar de weerstand tegen democratie vandaan komt, niet alleen uit geldzucht, maar ook of meer uit de wens om zonder enige beperking de toekomstfantasieën waar te kunnen maken. Vrijheid, gelijkheid, broederschap zit vooruitgang in de weg, dus … Aan relevantie geen gebrek, aangezien ook flink wat aandacht wordt besteed aan de relatie met Trump en Vance.

Wat dit boek erg prettig leesbaar maakt is de mate van detail. Alles wordt uitgebreid uitgelegd, de verhalen uit de scifi-literatuur kort samengevat, de biografieën van alle spelers gegeven. Dat maakt dat je ook de onbekende techbro’s goed leert kennen. De voorbeelden, uitingen en acties worden goed weergegeven, vaak had ik het ‘oh ja-effect’. Het betoog loopt goed, geen kromme zinnen, geen typo’s, best bijzonder voor zo’n dik boek. Geen illustraties, maar ik zag het allemaal voor me ….

Door de veelheid van onderwerpen is het logisch dat er moeilijke keuzes gemaakt moesten worden over de structuur. Er is voor gekozen om eerst de missie van de techbro’s op hoog niveau weer te geven, en dan de diepte in te gaan op de diverse onderdelen. Halverwege is er een kleine pauze waarin de kruisverbanden kort aan de orde komen, waarna er verder wordt ingezoomd op AI, waar veel van de toekomstfantasieën nu op drijven. Deze structuur leidt onvermijdelijk tot wat herhaling, die ik zeker niet storend vond. Het is tenslotte een dik boek, en de onderwerpen zijn behoorlijk gevarieerd. Natuurlijk is er wat jargon, maar alle termen worden uitgebreid uitgelegd.

Puntje van kritiek? Nou, ik vond de Epiloog, ’Wat kunnen we doen?’ wat kort en mager. En dat komt omdat er niet zoveel is wat we kúnnen doen, behalve wat al in de steigers staat: Tech-soevereiniteit verzekeren en onze menselijkheid behouden. En andere scifi lezen, ik ben inmiddels aan de Aardzee-serie van Ursula Le Guin begonnen.  

FOMO? Zeker wel. Dit raakt ons allemaal en is uitstekend verwoord.   

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +

Ik gaf het boek 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees De Techbro’s duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (luisterboek);
  • of haal het uit een minibieb!

Koop De Techbro’s duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in IT, Maatschappij | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Een voor allen, allen voor een – niet nieuw

Begin met het Waarom van Simon Sinek was een mega-succes, en hij schreef in 2014 een opvolger: Een voor allen, allen voor een, de vertaling van ‘Leaders Eat Last’. In dit boek staat de zorg van de leider voor zijn medewerkers centraal, en het creëren van een veilige omgeving. Natuurlijk is elke theorie van Simon weer geïllustreerd met veel voorbeelden uit de zakenwereld, maar vooral uit de wereld van het Korps Mariniers. Dáár eten de leiders létterlijk als laatsten.

Simon komt in dit boek niet met een nieuwe theorie of baanbrekend principe over leiderschap. Wel gebruikt hij input uit de biologie, antropologie en evolutieleer om ons gedrag, en de noodzaak van een veilige cultuur te duiden. Dat maakt het boek minder leerzaam dan ik had verwacht, maar bevestigt wel wat me ook logisch lijkt. De voorbeelden zijn ontleend aan de VS, met hun Angelsaksische bedrijfscultuur, de positieve daarvan zouden in Europa minder bijzonder zijn geweest, over de negatieve schudden we nog steeds ons hoofd.   

Het leiderschapsboek Een voor allen, allen voor één …

… is onderverdeeld in 8 delen. In mijn Booknotes heb ik hier vrij uitgebreid over geschreven, ik beperk me nu tot een hoog niveau samenvatting daarvan. Wat is Simon’s betoog?

*Deel 1: Onze behoefte aan veiligheid. Voor elkaar zorgen, je medewerkers vertrouwen geven en beschermen, gedeelde normen en waarden, dit zorgt allemaal voor veiligheid, Simon noemt het de Cirkel van Veiligheid.

*Deel 2: Imposante krachten. Vier ‘geluksstofjes’ én het angsthormoon sturen ons gedrag. Endorfine maskeert lichamelijke pijn en geeft genot of euforie als je jezelf tot het uiterste inspant. Je kweekt hierdoor uithoudingsvermogen. Dopamine geeft ons een prettig gevoel als we een prestatie neerzetten. Nadeel: het is verslavend. Serotonine hoort bij het krijgen van waardering van anderen, als we ons dienstbaar opstellen. Oxytocine komt vrij als we bij onze geliefden of beste vrienden zijn, als we altruïstisch zijn. Het maakt ons sociaal, en het versterkt ons immuunsysteem. Cortisol waarschuwt voor dreiging en veroorzaakt stress. Ook bij een onveilige omgeving komt cortisol vrij, en cortisol remt het vrijkomen van oxytocine.

*Deel 3: De werkelijkheid. We zijn heel slim en rationeel, door onze neo-cortex. Onze gevoelens worden geregeerd door het limbische systeem, dat geeft ons het vermogen om samen te werken. Onze vooruitgang, verzonnen door de neo-cortex, maakt het ons steeds moeilijker om samen te werken. We krijgen teveel dopamine én cortisol, de omgeving stimuleert geen aanmaak meer van serotonine of oxytocine.

*Deel 4: Hoe we hier beland zijn. In 1946, net na WO2, werden er extreem veel kinderen geboren: een babyboom, die ‘boomer’ generatie eindigde in 1964. De boomers kenden alleen maar vrede en welstand. Als tieners in de 60-er jaren zetten  ze zich af tegen hun ouders. Voor hen draaide het om individualisme, vrije liefde, narcisme. Maar ook verzetten ze zich tegen racisme en discriminatie, streden voor mensenrechten. Toen ze veertigers werden, brachten ze hun egocentrisme (en niet hun idealen) mee naar de werkvloer. Ze bekleedden hoge posities bij bedrijven en overheid. En ze waren met vééééél. Ze maakten politiek de dienst uit. Van het beschermen van mensen naar het beschermen van geld. Schaalvergroting verlaagde de kosten, en zorgde voor afstand tussen mensen. De mensen zijn vreemden voor elkaar geworden, abstracties. 

*Deel 5: De abstracte uitdaging. Als je je medewerkers, collega’s, klanten niet meer persoonlijk kent, zijn het abstracties. Abstracte mensen kun je makkelijker pijn doen. Door die abstractie laten we nu het eigenbelang voorgaan, we nemen geen verantwoordelijkheid voor onze daden. Het gaat nu om ‘aandeelhouderswaarde’  en wat we doen ‘valt binnen de wet’. Er is dus iets nodig om die abstractie tegen te gaan. De mensen, op wie jouw werk impact heeft, echt zien verhoogt de motivatie. Daarnaast moet de groep klein en beheersbaar blijven, 150 personen maximaal. Nog een reden: we kregen het steeds beter, en wie meer heeft, heeft meer te verliezen. Het evenwicht tussen egoïsme en altruïsme is zoek. ‘Verwoestende overdaad’, noemt Simon dat.

Deel 6: Verwoestende overdaad. Hierin 5 leiderschapslessen. 1: Zo de cultuur vaart, vaart het bedrijf. Een slechte cultuur zal op den duur het bedrijf vernietigen. 2: Zo de leider vaart, vaart de cultuur. De leider gaat over het doel en de visie, en geeft de controle uit handen. Hij/zij helpt met kennis en relaties. Creëert vertrouwen en beloont samenwerking. 3: Integriteit telt. Integriteit is altijd de waarheid vertellen, ook als je het oneens bent met elkaar. 4: Vrienden zijn belangrijk. Focus op overeenkomsten en werk samen met je (politieke) tegenstanders. Zo krijg je zelf óók wat voor elkaar.   5: Leid de mensen, niet de getallen. Maar … vergeet niet dat ook wij aandeelhouders zijn, die ervan dromen snel rijk te worden (zegt Simon). Dat is de dopamine!          

*Deel 7: Een maatschappij van verslaafden. Het genot dat we aan alcohol, roken, gokken en overdadig eten ontlenen komt óók door de dopamine. En het bereiken van een doel geeft óók een dopaminestootje. Maar korte termijn, individuele doelen ondermijnen de vooruitgang van de groep als geheel, verzwakken de Cirkel van Veiligheid. De jongere generaties zijn verslaafd aan sociale media, alles steeds sneller krijgen, instant bevrediging. Ze zien niet in dat ze tijd en energie moeten investeren om iets te bereiken, brengen geen offers, doen niets samen. Serotonine en oxytocine komt dus niet vrij, alleen dopamine. Depressies, zelfmoorden en schietpartijen nemen toe.  

*Deel 8 Een leider worden. We zijn dus verslaafd aan dopamine. Maar zoals met elke verslaving: daar kun je ook weer van af komen. Wat nodig is, is iets om in te geloven, een missie. Een ‘Why’. Dat doel is om anderen te dienen (en dat zijn niet de aandeelhouders). Hoe creëer je zo’n andere cultuur? Breng steeds kleine veranderingen aan en op een gegeven moment is er momentum en wordt de organisatie getransformeerd. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van de bedrijfsleiding, maar van elk lid van de groep. We moeten allemaal de Cirkel van Veiligheid sterk houden.

Mijn evaluatie van Een voor allen, allen voor een.

Qua principes leerde ik weinig nieuws, er wordt zóveel geschreven en gesproken over een veilige cultuur. De uitweiding over de 5 stofjes is interessant, maar de conclusie niet verrassend, die dopaminestootjes kent iedereen wel. Ook in 2014 al, denk ik. Het boek heeft een flinke lijst met bronmateriaal, een literatuurlijst en een index, dus qua onderbouwing van inhoud is er genoeg om verder te lezen over de ontwikkelingen die Simon aanstipt. Ik leerde wel weer wat over de VS, waar alle voorbeelden aan ontleend zijn. Omdat de invloed van de VS op ons steeds negatiever lijkt te worden, neemt mijn belangstelling voor de cultuur in de VS toe, en ik verbaasde me dan ook regelmatig over met name de voorbeelden uit de politieke historie die Simon veel gebruikt. Hoe impactvol kan een verandering in primair woonadres zijn! Nu zijn we alweer 12 jaar verder, en is de cultuur verder veranderd. Doorgedenderd op het ingeslagen pad.

Simon’s schrijfstijl is prettig, de voorbeelden zijn interessant maar wat gedateerd en ook redelijk extreem: de ‘slechte’ banken, de ‘goede’ innovators zoals 3M. Het betoog is op zich duidelijk, hoewel hij niet al te veel woorden vuil maakt aan het proces van cultuurverandering. Ook blijft het wat oppervlakkig: om van onze verslaving aan korte termijn, individuele doelen af te komen is wel wat meer nodig. Nu is de ondertitel ‘Waarom … ‘ en niet ‘Hoe …’ dus dat verklaart het. Toch is het wat onbevredigend. Qua uitvoering is het boek goed geredigeerd (behalve de keuze voor de titel, brrrr), maar verder vrij sober.

Mis je wat als je dit boek niet leest? Nee, dit is niet Simon’s beste boek.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend 0 , Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Een voor allen, allen voor een duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

Koop Een voor allen, allen voor een duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Leiderschap | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Informatie-autonomie – wow!

Wow, wát een open deur! Dat dacht ik toen ik Informatie-autonomie van Martijn Aslander uit 2026 uit had. Toen pas, ja. Want het principe waar hij het over heeft is zó voor de hand liggend dat het bijna onmogelijk is om te begrijpen waarom we dat niet allang doen. We hebben de mond vol van data-soevereiniteit maar dat is betekenisloos zonder informatie-autonomie. Dát, en nog veel meer, is bepaald schokkend.

Dit probleem, en de oplossing, is niet zozeer een zaak van de afdeling IT, maar van iedereen die gaat over continuïteit en efficiency. En over fijn werken voor het personeel. En over duurzaamheid. En over je juridische verlichtingen kunnen nakomen. En over leveranciers-onafhankelijkheid. Dit boek is dus voor iedereen. De passie spat ervan af, het is verrassend en vaak nog grappig ook. Must Read!

Het maatschappelijke boek Informatie-autonomie …

… geeft met een aansprekende metafoor weer wat nu eigenlijk het verschil is tussen data-soevereiniteit en informatie-autonomie. Stel je een gebouw voor met honderden kamers, en in elk van die kamers ligt informatie. Dossiers, notulen, mails, beleidsstukken, patiëntgegevens, bouwtekeningen. Er zijn twee verschillende soorten vragen die je over dat gebouw kunt stellen: 1. Van wie is dat gebouw, wie beheert de sleutel, onder welke wetgeving valt het, wie kan er ongevraagd binnenkomen? 2. Wat ligt er in elke kamer, kun je dat vinden zonder de architect erbij te halen, kun je de informatie gebruiken zoals jij dat nodig hebt?  

Data-soevereiniteit gaat over de eerste vraag. Wie kan er bij je informatie? Informatie-autonomie gaat over de tweede vraag. Kun je er zélf bij? In het maatschappelijk debat wordt dit onderscheid niet of nauwelijks gemaakt. We realiseren ons niet dat we alleen bij onze informatie kunnen met behulp van de software waarmee die informatie ooit is aangemaakt. We zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van die software. Weinig autonoom dus. En de informatie zit in formaten die niet of slecht doorzoekbaar zijn. Dat probleem is zo mogelijk nog groter: we kunnen misschien wel náár, maar niet in documenten zoeken.

Zoeken, zoeken, zoeken

Voorbeeld: een journalist vraagt om documenten op basis van de WOO: Wet Open Overheid. Ambtenaren moeten gaan zoeken in verschillende systemen, emailprogramma’s en gedeelde schijven. Zoeken, zoeken, zoeken. Maar ook zonder zo’n uitvraag zijn we veel tijd kwijt aan zoeken: 240 uur per jaar naar info waarvan je zeker weet dat je die hebt, ergens. En nog eens 340 uur om uiteindelijk toch maar opnieuw te doen wat al was gedaan. En je kunt zoeken op bestandsnaam, en metagegevens, niet op wat er instaat.

Maar dat gaat AI oplossen, toch? Nou, nee. Als de informatie in bijvoorbeeld Word en PowerPoint staat, is het voor AI niet eenduidig, en dus verzint het er zaken bij en laat van alles weg. In een Word document staan allerlei metagegevens, wie wat heeft gemaakt, wanneer, wie het doorstuurde. Maar ook hoe het gepresenteerd moet worden, welke voetnoten bij welke alinea horen. Tabellen met cijfers zijn platgeslagen, en nauwelijks interpreteerbaar. En dit gaat alleen nog over Word. PDF is vele malen erger. Deze formaten zijn ontworpen voor printers. Zitten je documenten of informatie in Sharepoint, of een Documentmanagementsysteem? Oei. En daar kom je ook niet zomaar weer uit, migratie is kostbaar, tijdrovend en soms gewoon onmogelijk. Vendor lock-in.

Tekst, platte tekst

Wat is de oplossing? Een tekstbestand. Platte tekst. Computeruitleesbaar. Direct integraal doorzoekbaar. Licentie-vrij. Niet nodig om te migreren naar een andere software-oplossing of formaat.  Wist je dat Project Gutenberg sinds 1971 boeken naar platte tekst digitaliseert? Er zijn al 80.000 boeken, vrij van auteursrechten, leesbaar in je browser of met elke willekeurige eReader.  De Britse overheid publiceert al jaren in platte tekst. Ze noemen het Govspeak, een variant van Markdown (een simpele vorm van Markup Language!). En inmiddels is er een hele industrie die PDF omzet in tekst, zodat AI ermee kan werken. Waarom kiezen we daar dan niet direct voor?

Daar zijn diverse redenen voor. We denken al decennia in documenten, het is de fundering van ons denken. En … toegeven dat het anders moet, wil zeggen dat het al die tijd anders had gekund, en hier komt de sunk cost fallacy om de hoek kijken. Daarbij komt het zogenaamde Shirky-principe: instellingen proberen het probleem in stand te houden waarvoor zij de oplossing zijn. Software bedrijven, archiefafdelingen, en informatie-professionals dus ook … En ook: de bestuurders snappen het probleem niet, begrijpen de techniek niet. Plus: we hebben het te druk met de dagelijkse zaken om eens rustig te reflecteren, hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Om het vertrouwde ter discussie te stellen.  

Wat houdt ons tegen?

Martijn houdt overal een pleidooi voor verandering, en krijgt 5 soorten tegenwerping terug.

1. Het document is niet zomaar te vervangen. Jawel: inhoud en vorm scheiden, document als product, maar niet als bron. En én.

2. Het is een cultuurprobleem. Tuurlijk, als je al jarenlang in Word werkt. Probeer gewoon Markdown, en je merkt dat gewoonten en daarna cultuur veranderen.

3. Van Microsoft af? Nee toch! Blijf MS gerust gebruiken als je dat wilt, maar sla OOK op in tekst.

4. Ja maar, weer andere metadata, lastig! Nee hoor, de inhoud is de metadata, het probleem van consequent de juiste en volledige metadata toevoegen verdwijnt juist. (Wist je dat Het Centraal Digitaal Depot van Justitie 100 miljoen documenten opslaat? En dat er een hele afdeling Metadateren is, omdat de metadata onvolledig of onjuist zijn? Die afdeling is dan óók niet meer nodig!)  

5. Mag niet van de bestuurders. Ja, dat komt vaak voor. Maar in veel organisaties worden ‘handige tooltjes’ allang stiekum gebruikt.

Al deze tegenwerpingen gaan over organisatie, governance, mandaat, cultuur. Maar niet over het probleem zelf, de inhoud. En het toenemende gebruik van AI gaat juist over de inhoud. Want je kunt AI beter en sneller gebruiken als je informatie doorzoekbaar is.

Klinkt mooi, maar werkt het ook?

Martijn toont dit allemaal aan in diverse demo’s en projecten, waar hij zelfgebouwde AI-agents inzet. De mensen rollen van hun stoel. De Politie en Frontex willen ermee aan de slag, dat zal enorm veel budget besparen. Er zit wel een addertje onder het gras: AI heeft eigenaren, wat zullen zij met hun eigendom doen, qua privacy, kosten, beschikbaarheid? Verder zijn er de eerdergenoemde voorbeelden van de Britse overheid en Project Gutenberg, en nog veel meer.

Waarom moeten we nú met tekstbestanden aan de slag? Nou, per 1 januari 2027 gaat de nieuwe Archiefwet in.  Hét moment voor een minister of staatssecretaris om een aantal zaken te regelen: 1. Aanbestedingstoetsen moeten een paragraaf hebben over leesbaarheid zonder leveranciersafhankelijkheid. Als de overheid hierin het voorbeeld geeft, volgt de markt. De Britse overheid deed het ook zo. 2. Structureel financieren van open source initiatieven die zich al bewezen hebben. Voorbeelden zijn NLdoc, MijnBureau en DAWO. (Interessante initiatieven, lees er op internet meer over!) 3. Stel een digicommissaris in voor de overheid, met een concrete opdracht: alles in machineleesbaar formaat, met Word en PDF als afgeleide presentatievorm, niet als bron.

En misschien, heel misschien, lopen we dan ook niet meer tegen verrassingen als de ’datakluis’ aan, 64 miljoen ongesorteerde bestanden, die voor de diverse Parlementaire Enquêtes niet beschikbaar waren. En misschien, heel misschien, kunnen we besparen op overheidsuitgaven, zowel op ‘zoekuren’ van ambtenaren, als op licenties, migratie, conversie en consultancykosten van IT-systemen.      

Makkelijk te implementeren, grote besparingen

Martijn stelt dat hij deze oplossing bedacht en ermee experimenteerde tijdens de 2 maanden herstel van zijn herseninfarct. Als hij dat zo kan, wat kan een organisatie dan? Met slimme mensen, snellere computers, budget? Ze kunnen 80% van hun huidige IT-functionaliteit behalen tegen 1%-2% (geen typo!) van de kosten. Wat houdt ze tegen? Wat houdt óns tegen?

Mijn evaluatie van Informatie-autonomie

Wát een leerzaam boek! Ik heb heel wat zitten Ecosia-en: op Project Gutenberg, NLdoc, DAWO. En op Markdown, de open source tool om aan tekstbestanden presentatie toe te voegen. Ik was bang dat het een heel technisch boek zou zijn, maar dat is helemaal niet zo. Het gaat om het principe: trek inhoud en presentatie uit elkaar, en er zijn alleen maar voordelen. Martijn heeft ook de nodige bewijzen voor zijn stellingen toegevoegd: zowel zijn eigen experimenten met WO2-archieven, als wat er wereldwijd al gebeurt op dit gebied. Nog sterker zijn alle voorbeelden van hoe het misgaat als we leesbaarheid en doorzoekbaarheid niet heel hoog op de agenda zetten, met de WOO-verzoeken en de datakluis als smakelijke, welbekende cases.  

Ik heb geen vraagtekens bij de relevantie van dit onderwerp. De kwaliteit van de AI-output stijgt (zéér noodzakelijk), en de ‘moeite’ van AI én mensen dalen (goed voor drinkwaterkoeling, elektra en werkplezier). O ja, het is ook afgelopen met de vendor lock-in en we verhogen dus onze onafhankelijkheid qua data en processen. Wat me verbaast is dat ik er zo weinig over gelezen heb in de algemene media, deze ontwikkelingen lijken nog in een specialisten-bubbel te zitten. Hoog tijd dat het NRC of vergelijkbaar eens aanhaakt. En hoe zit het met de Tweede Kamer? Zijn de potentiële kostenbesparingen hun wel duidelijk?

Het boek is passievol, vaak grappig, soms wat rommelig, met wat herhalingen en veel schokkende voorbeelden en statistieken (54% van de documenten opgeslagen in datacentra zijn na creatie nóóit meer geopend. En veel documenten zitten er dubbel of 100-voudig in ….). Deze vorm is precies zoals Martijn is, hoe hij denkt en spreekt. Dat vond ik daarom eerder leuk dan irritant. Zijn voorbeelden van problemen en oplossingen voor de (overheids-)projecten waar hij zelf aan meewerkt zijn heel boeiend en persoonlijk. Wat heel knap is: hij heeft (iets) van mijn weerstand tegen AI weggenomen, ik begrijp nu (iets) beter waarom er soms onzin uitkomt. Een Obsidian-fan zal ik niet worden, hoe enthousiast Martijn daar ook over vertelt, maar dat we grote stappen kunnen maken in relaties leggen tussen verschillende bronnen van informatie is mij wel duidelijk geworden.

Daarom: Must Read, ik wens iedereen dit WOW-gevoel toe.     

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur 0, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Informatie-autonomie duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!);

Koop Informatie-autonomie duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in IT, Maatschappij | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Grit – passie en volharding

Uit 2016 alweer stamt Grit (in het Nederlands: de Grit-factor),de bestseller van Angela Duckworth. Grit is de combinatie van passie en volharding, en in dit uitstekende boek lees je waarom juist dit fenomeen zorgt voor succes. De praktijkvoorbeelden gaan over West Point en diverse scholen, en zijn heel verrassend! Goed om te weten: met Grit word je niet geboren, je kunt het jezelf (en je kinderen) aanleren. En je kunt het laten groeien, je passie en je volharding verhogen. Het boek is een fijne mix van psychologie en zelfhulp.

Ik waardeer met name de wetenschappelijke onderbouwing van het effect van grit, waaronder de resultaten van haar onderzoek op West Point en het Personal Qualities Project van ETS. Door haar schrijfstijl, met veel quotes uit interviews en soms letterlijke gesprekken, is het een levendig boek geworden, geen droog studieboek. Misschien is ‘voor succes heb je passie en volharding nodig’ een open deur, de bewijsvoering is overtuigend. Het zou mooi zijn als werkgevers dat ook eens meer zouden waarderen, in plaats van de focus op talent. Fijn boek als voorbereiding op je sollicitatiegesprek!

Het psychologieboek Grit …

… begint op West Point. Van de 14.000 jaarlijkse aanmeldingen, worden er maar 1.200 gehonoreerd. Een heel streng toelatingsbeleid dus. En toch valt 20% uit tijdens de 4-jarige opleiding, de meeste al tijdens de eerste 7 weken, een bootcamp. Het leger probeert natuurlijk te achterhalen waaróm. Ze gebruiken een model, de Whole Candidate Score (WCS), om te voorspellen wie van de kandidaten succesvol zou zijn. Die WCS bestaat uit metingen van schoolresultaten, leiderschapspotentieel en fysieke fitness. Maar kandidaten met de hoogste WCS geven net zo vaak op als de anderen.

Wat mist, denkt men, is een ‘nooit-opgeven’ mentaliteit. Angela gaat ermee aan de slag, en komt na een breed onderzoek met twee factoren die succes beter voorspellen dan IQ of talent: passie en volharding. Maar dat is achteraf leuk om te zeggen, hoe meet je het vóóraf? Hoe test je het? Angela maakt een vragenlijst voor de West Point kandidaten: de Grit Schaal. In 2004 vullen 1214 West Point cadetten het in. De uitslag wijkt enorm af van de WCS. Na 7 weken bootcamp vallen 71 cadetten af. De Grit-schaal blijkt een enorm betrouwbare voorspeller ervan, maar blijvers en opgevers hadden dezelfde WCS. Dussssss …..

…. gaat ze met haar vragenlijst naar allerlei andere bedrijven en instituten. Verkoop-organisaties, scholen, de groene baretten. De resultaten zijn vergelijkbaar. IQ is een ding, wat je ermee doet iets heel anders. Als voorbeeld ene David, een leerling op haar VWO-school. Blinkt niet uit in wiskunde, zijn ‘CITO’ was normaal, niet uitstekend. Maar in haar klas haalt hij steeds de hoogste cijfers. Huh? Hij werkt hééééél hard. Een paar jaar later promoveert hij op algoritmen en nu werkt hij als raketgeleerde. Dussssss …

Talent versus inzet

In allerlei landelijke questionnaires wordt gevraagd wat Amerikanen belangrijker vinden: talent of inzet. Inzet! zeggen bijna alle werkgevers. Maar graaf wat dieper, stel de vraag indirect, en het blijkt dat ze de voorkeur geven aan talent. Waarom vinden we dat zo bijzonder? Nietzsche verklaart het: we doen alsof het zomaar ontstaat, als magie. En als een genie een magisch iemand is, dan hoeven we onszelf niet ermee te vergelijken, of ons minderwaardig te voelen. Maar succes komt niemand zomaar aanwaaien.

Angela maakt een formule: Talent x Inzet = Vaardigheid. En Vaardigheid x Inzet = Prestatie. Inzet is dus 2x zo belangrijk als talent!

Van binnenuit

Onze grit verandert als gevolg van de cultuur om ons heen (wat anderen van ons verwachten en de rolmodellen) én naarmate we ouder worden (door onze ervaringen), zo leert Angela’s onderzoek. Grit kan dus ook groeien. Dat kun je zelf beïnvloeden door: 1. Belangstelling, je passie groeit. 2. Oefening, je doorzettingsvermogen groeit. 3. Doel of zingeving, je passie groeit. 4. Hoop, je doorzettingsvermogen groeit. Deze vier psychologische middelen kun je ontwikkelen. In deel II van het boek wordt op deze 4 middelen uitgebreid ingegaan, grit laten groeien van binnen naar buiten.  

Van buitenaf

Deel III gaat over hoe de omgeving onze grit beïnvloedt, grit laten groeien van buiten naar binnen. Het begint met opvoeden, coachen, alles om iemand te helpen met zijn/haar ontwikkeling. Maar moet je meer ondersteunen of meer uitdagen? Allebei natuurlijk. Ook interessant: kinderen imiteren, dus als je als ouder ‘gritty’ bent, is de kans groot dat je kinderen dat ook zijn.

Een sport of hobby als scholier járen volhouden en progressie boeken is een puike voorspeller voor later succes in een leiderschapspositie als jongvolwassene. En het maakt geen bal uit welke sport of hobby dat is, het gaat om de aspecten volhouden en progressie. Grappig genoeg zorgt grit er óók voor dat je die sport en die hobbies volhield. Angela denkt dat dat komt omdat we situaties en omgevingen zoeken die onze persoonlijkheden verstevigen, ze ‘roepen elkaar’. (Volgens mij gaat haar nieuwe boek hierover!). Misschien is dat met Grit ook zo. Er is natuurlijk wel een probleem hiermee: sport en hobbies zijn niet gratis, scholen faciliteren het steeds minder en dus hebben arme kinderen deze mogelijkheid niet. En ja, er is een zorgelijke correlatie tussen het inkomen van families en de Grit score: hoe armer, hoe lager.  

Je ontwikkelt grit makkelijker als je in een team zit met een hoop grit. Jouw volharding is niet zo bijzonder, iedereen doet het, je wilt bij de groep horen, je doet dus mee, en het wordt gewoonte. Dit is in feite makkelijker dan iets solo te doen. De normen en waarden van de groep worden een deel van je identiteit. Ook kan een teamlid, óf een tegenstander, een rolmodel zijn, en jij weer voor hen. Onderdeel van de cultuur van een team is taal. Grit in taal: ‘word de beste versie van jezelf’, of ‘ga tot het uiterste’, ‘doe altijd je uiterste best’. En ook: ‘niet klagen, geen excuses’.

En dan dit nog …

Twee leuke uitsmijters staan in de conclusie: 1. Er is een correlatie tussen grit en welzijn of geluk; 2. Grit is niet het belangrijkste van je karakter, dat is moraliteit, specifiek eerlijkheid, integriteit, betrouwbaarheid. En succes is een combi van grit, sociale deugden en intellect. Elk van de drie geven succes in een andere dimensie.  

Mijn evaluatie van Grit

Wat opvalt aan het boek is dat er geen open eindjes zijn: alle punten die Angela adresseert, worden goed uitgewerkt met relevante voorbeelden. Ook prettig: het is heel duidelijk welke conclusies voortvloeien uit degelijk onderzoek, en welke veronderstellingen en vermoedens ze heeft. De eerste hebben gedetailleerde referenties, de laatste de nodige disclaimers. Interessant vond ik de hoeveelheid onderzoekers (en filosofen) die min of meer tot dezelfde conclusies kwamen, maar in wat andere bewoordingen. Er is bijvoorbeeld een sterke relatie met de groei-mindset van Carol Dweck, maar bij grit hoort ook passie. Ook is er een relatie met flow. Angela heeft het concept grit een naam gegeven en een definitie, en het vervolgens in detail uiteengerafeld. Het is nu heel concreet. Achterin vinden we een hoofdstuk met aanbevolen leesvoer, waaronder het uitstekende Drive, en ook The Power of Habit, The Marshmellow Test, en Superforecasting, die nog op mijn leeslijst staan. Verder een lijst van 40 pagina’s (!) met referenties per hoofdstuk en per pagina, en een uitgebreide index. Zo is het ook een fijn naslagwerk.

Ik denk dat het idee van volhouden, volharding, relevanter dan is ooit. Ergens hard voor werken en lang volhouden, steeds progressie zien kennen we van de sport, maar lijkt in de werk-carrières van de jongere generaties wat minder te worden. Misschien is er in het opvoeden was mis gegaan in de balans tussen ondersteunen en uitdagen. Of misschien is het wel onze maatschappij, waarin elke behoefte online direct bevredigd kan worden, zijn we wachten niet meer gewend.  

Het boek heeft een prettige structuur met de delen Binnen en Buiten. Er komen zeer veel onderzoeken en interviews met relevante personen aan bod, met vaak letterlijke transcripties van wat er is gezegd. Dat leest heel prettig. De voorbeelden van de afgebeulde cadetten en de domme raketgeleerde zijn maar een paar van vele, en ze zijn allemaal goed uitgewerkt en heel aansprekend. Niet elk interview met een bekend mens is onderbouwd met aanvullend onderzoek of statistieken, veel zijn meer illustratief dan echt bewijs. Het boek heeft verder een aantal plaatjes en grafieken maar is in het algemeen sober uitgewerkt, geen kleurgebruik. Ik las het in het Engels.  

Mis je wat, als je dit boek niet leest? Ja, dit boek is een klassieker en ‘grit’ is een veelgebruikte uitdrukking geworden.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Grit duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal (luisteren) en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Grit duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in psychologie, zelfhulp | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Sterrenkunde seks en serendipiteit – verrassend

Alweer de zesde bundel van de broertjes Jim Jansen en Dolf Jansen, maar Sterrenkunde, seks en serendipiteit uit 2025 is de eerste die ik lees. En, beviel het? Zeker: een dunne bundel met 27 superkorte, geheel niet-technische weetjes over wetenschap van Jim, en eveneens 27 korte persoonlijke bespiegelingen van Dolf. Eerlijk: ik werd vooral van de eerste soort enthousiast.

De onderwerpen zijn heel divers en de uitleg vrijwel nergens technisch, het is erg prettig om te lezen. Het deed me een beetje denken aan Nederland in Ideeën en de vertaalde serie van Edge, beiden van Maven. Die verslond ik. Fijn dat er weer zo’n soort uitgave is, wat oppervlakkiger en veel toegankelijker. En verrassend!

Het wetenschappelijke boek Sterrenkunde, seks en serendipiteit …

…. volgt de letters van het alfabet, met een toegift over serendipiteit. En ook daarin een weetje: het Arabische alfabet heeft 28 letters, waarvan eentje ‘saad’ is, van Serendipiteit. En dat linkt weer naar het persoonlijke verhaal van hoogleraar Felienne Hermans, die een programmeertaal, Hedy, ontwierp die in 69 verschillende talen wordt gebruikt, óók het Arabisch. En dát initiatief kwam weer door een toevallige opmerking van één van haar leerlingen, die zich afvroeg waarom programmeertalen altijd in het Engels waren, en het niet in het Nederlands kon. Natuurlijk ga ik Hedy direct Ecosia-en: het is met name voor kinderen van 9-15 bedoeld, en bouwt op naar Python. Interessant! Misschien ook wel leuk voor 65-plussers die óók nooit hebben leren programmeren?

Sterrenkunde

Wat wordt er gezegd over Sterrenkunde? Dat vind ik onder de O van Oerknal en de Z van Zwarte gaten. Het bewijs voor de oerknal werd in 1964 bij toeval ontdekt, de warmtestraling die vlak na de oerknal werd uitgezonden. Men experimenteerde met een nieuwe radio-ontvanger, maar ontving alleen maar ruis …. De allereerste foto van een zwart gat werd op 10 april 2019 gemaakt, toen het na decennia proberen op het goede moment eens helder, zonnig weer was.

Seks

Snel door naar Seks. Daar lees ik dat onderzoeker Charmaine Borg ‘per toeval ontdekte dat vrouwen niet opgewonden raken van hardcore porno kijken’. Goh. Maar het onderzoek is interessant, want Borg ontdekte ook dat de walging die optrad, werd verminderd als vóór het kijken ervoor werd gezorgd dat de vrouwen al seksueel opgewonden waren. En dát leidde tot de vraag of het andersom óók zo zou werken: dat walging de seksuele opwinding vermindert. Bijvoorbeeld walging door een vieze geur?  Jawel. En nu is er voor vrouwen een armband, die bij activering een smerige geur uitstoot, die potentiële verkrachters alle zin ontneemt.

Natuurkunde

Ook een goed stuk: Yukawa, over een Japanse Nobelprijswinnaar die het deeltje ‘pion’ voorspelde, wat pas 14 jaar later ook echt werd ontdekt. En dit verklaarde uiteindelijk hoe ‘leven’ ontstond. Wat was hier toevallig aan? Alleen de naam, denk ik, hij nam de naam van zijn vrouw aan, die enig kind was ‘en uitgerekend hij was de eerste Japanse Nobelprijswinnaar’.  

Toeval

En wat staat er onder Toeval? Wetenschapsfilosoof Klaas Landsman leert mij dat Aristoteles op weg naar de markt ‘toevallig’ een schuldeiser tegenkwam, dat is de eerste schriftelijke vermelding van het fenomeen toeval. Landsman ontmoette zijn huidige vriendin ‘bij toeval’ op een veerboot. Mijn conclusie: eigenlijk is bijna alles toeval.  

Mijn evaluatie van Sterrenkunde, seks en serendipiteit

Ik kende maar een paar van de wetenschappers die een bijdrage leverden: Erik Scherder, Lotte Jensen, Anne-Mei The, Robbert Dijkgraaf. Dus weer wat geleerd. De bijdragen zijn vrij korte, interview-achtige stukjes waarin ook iets van de achtergrond en levensloop van de betreffende wetenschappers aan de orde komt. De beschrijving van de wetenschappelijke ontdekkingen zijn nauwelijks technisch, en dat is leuk lezen. Dolf pikt er wat zinnen uit en bouwt daar dan een persoonlijk verhaal omheen met wat zijpaden. Soms is het wat flauw.

Humor ontbreekt niet, zoals bij het stukje over Viagra: ‘een kloppend gevoel in het hoofd en op een andere plek’. En ook een foutje ontbreekt denk ik niet: bij X staat ‘x = 30 minuten’, dat moet volgens mij ‘y’ zijn. Dolf kan niks met deze bijdrage zegt hij, en dat snap ik dus best, ha ha. Dit is wel een van zijn leukste columns, hij weet met woorden de ‘prestatie’ van ‘wachten’ leuk te bekritiseren.

Het is een dun (118 pagina’s), lekker leesbaar boekje zonder illustraties. Je mist natuurlijk niks als je dit boekje niet leest, maar ik houd wel van dit soort weetjes en abonneerde me direct op Jim’s New Scientist nieuwsbrief, voor méér weetjes. En wat minder Dolf, sorry.  

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl 0

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 ½  *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Sterrenkunde, seks en serendipiteit duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • of uit een minibieb!

Koop Sterrenkunde, seks en serendipiteit duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Essays in Love – filosoferen over liefde

Het allereerste boek van filosoof Alain de Botton is Essays in Love (Proeven van liefde), uit 1993. Ik pakte het wat aarzelend op: zo’n eerste poging tot schrijven valt waarschijnlijk erg tegen. Nee dus, ik vond het leerzaam, leuk en goed geschreven. Het gaat over alle fases van liefde, vanuit het gezichtspunt van een jongeman. Het is voor 20% een liefdesverhaal, en voor 80% filosofische bespiegelingen over diens emoties, zéér herkenbaar.

Knap om een boek te schrijven dat alle aspecten van de liefde raakt, zonder te klinken als een zelfhulpboek. De situaties van de hoofdpersonen zijn herkenbaar, en omdat het over anderen gaat en niet over onszelf is het toch ‘veilig’ om deze vanuit verschillende gezichtspunten te analyseren. Ik leerde over Marx, over anhedonie en over de vele pijnlijke momenten van een liefdesrelatie, die heel goed te verklaren zijn vanuit onze eigen tekortkomingen, voornamelijk het idealiseren van de ander en onbegrip over iemands smaak, zoals in schoenen. En eerlijk: mij lijken die specifieke schoenen óók verschrikkelijk!

Het filosofieboek Essays in Love …

… telt 24 hoofdstukken met intrigerende titels als Romantic Fatalism, Marxism, I-Confirmation, The Fear of Happiness, en The Jesus Complex (ik las het boek in het Engels). Het loopt chronologisch van de eerste ontmoeting tot het einde van de relatie en hoe de ik-persoon daarmee probeert om te gaan. Het laatste hoofdstuk is een verzameling reflecties, én we lezen zowaar over het bestaan van een nieuwe verliefdheid, en de angst dat het allemaal opnieuw begint, dat hij niets geleerd heeft.

Het lot

Romantic Fatalism is het eerste hoofdstuk, Chloe zit naast de ik-persoon (ik noem hem even Alain) in het vliegtuig. Is dat het lot, heeft het zo moeten zijn? Voorbestemd voor elkaar? Alain doet een kansberekening: met 6 vluchten per dag en 191 economy-stoelen, was de kans dat ze naast elkaar kwamen te zitten 1 op 989.727. Zo weinig! Nee, dan moet het wel het lot zijn! Maar achteraf realiseert hij zich dat hij voorbestemd was om verliefd te worden, maar niet per sé op Chloe. En hij denkt dat als het gevoel van voorbestemming omslaat in de realisatie van toevalligheid, dat hij dan ook was gestopt met het houden van Chloe.  

Jouw beeld van de ander

Hoofdstuk 4 is Authenticity. Het beschrijft hoe Alain probeert precies dát te zijn wat de ander leuk vindt, en dat hij denkt dat we daarom zo veel moeite doen om te achterhalen wat de ander denkt en voelt. Hoofdstuk 6 is Marxisme, en stelt een intrigerende vraag: als jouw geliefde zo geweldig is, hoe kan hij/zij dan van een persoon als jij houden? De geliefde wordt gelijk minder aantrekkelijk! Een ongemakkelijk gevoel besluipt Alain: What have I done to deserve this? Hij denkt aan Groucho Marx, die zei: “Ik zou geen lid willen zijn van een club die mij als lid zou accepteren”. 

Hoofdstuk 7 False Notes gaat over het toch niet over álles eens zijn, niet twee helften van dezelfde persoon zijn, door Zeus in tweeën gehakt. Het is gelardeerd met een hilarisch voorbeeld over Chloe’s nieuwe schoenen. Alain vraagt ‘of ze de bon bewaard heeft’. Alain voelt zich als een vreemde in een vreemd land, die zich probeert aan te passen en zo nu en dan xenofobie voelt als hij zijn verwachtingen overboord moet zetten. Dat wordt nog versterkt als ze een bezoekje brengen aan Chloe’s ouders! Zij hebben een heel ander beeld van Chloe dan hij, hoe raar is dat.

Dit hoofdstuk gaat naadloos over in het volgende: Love or Liberalism, oftewel elkaar bijna dwingen dezelfde dingen leuk te vinden (zoals die schoenen). En waarom vallen we harder over de ‘rare’ dingen van onze geliefden dan die van onze vrienden? Omdat je hem/haar hebt geïdealiseerd, je wilt dat hij/zij precies zo is als jouw beeld van hem/haar.  

Beperkingen en afhankelijkheid

I-Confirmation is hoofdstuk 14 en onderzoekt het idee dat we niet ‘bestaan’ totdat iemand ons ziet, hoort, liefheeft. Ons zelfbewustzijn komt van anderen. In hoofdstuk 15 Intermittences of the Heart gaat het over van iemand houden, en hoe dat je verhindert het verlangen te hebben ook nog van een ander te kunnen houden. Kies voor de één, en de ander is niet langer een mogelijkheid. Ook verlang je niet langer naar de geliefde, je kent hem/haar al, er is geen mysterie meer. En je raakt gewend aan haar/zijn liefde voor jou. Tegelijkertijd denk je aan je ex-en, en je weet dat liefde niet per definitie eeuwig duurt. Toch is het raar om je voor te stellen dat je niet meer houdt van je huidige geliefde, dat voelt alsof er een deel van je dood zal gaan.

In Fear of Happiness lees ik over anhedonie, blijkbaar een echte ziekte die ontstaat door de ‘dreiging van geluk’. Het is moeilijk op een moment zelf gelukkig te zijn, we zijn het achteraf, of juist uitkijkend naar iets, zoals een vakantie. Alain stelt dat in het moment geluk voelen beangstigend is, omdat je je realiseert hoe afhankelijk je bent van je geliefde voor dat geluk, hoe weinig controle je hebt.

Ruzies en uit elkaar gaan

De ruzies nemen toe, en dit is onderwerp van de volgende hoofdstukken. Romantic Terrorisme gaat over mokken, je boosheid niet uitspreken maar opbergen voor een later moment, zwijgen, weglopen. Een soort psychologische oorlogsvoering, gericht op aandacht krijgen, aangezwengeld door twijfels of de ander nog wel van je houdt.  Daarna beëindigt Chloe de relatie, ze blijkt verliefd te zijn geworden op Alain’s vriend. In Beyond Good and Evil wordt onderzocht wat de diverse filosofen zeggen over moraliteit, goed en fout. Is iemand verlaten fout, houden van goed? Maar houden van is ook egoïstisch, je verwacht iets terug: loyaliteit, liefde, een goed gevoel. En Chloe heeft geen keus, ze kan zich niet dwingen liefde te voelen. Is dat fout? Alain voelt zich slachtoffer, maar is Chloe de dader?  

Alain zoekt de afwijzing in het lot, een familievloek zelfs. Hij overweegt in Suicide zelfmoord, en doet zelfs een poging, met wat later blijkt vitaminepillen. Maar ja, wat is het nut van zelfmoord als je er zelf niet bij kunt zijn om te zien of je ex zich ervan de schuld geeft, verdriet heeft? En in Jesus Complex geeft hij zich over aan martelaarschap, hij is goed en rechtvaardig en verraden door haar. Maar zo geweldig was ze niet, houdt hij zichzelf voor.

Helen en opnieuw beginnen

En een paar maanden later betrapt hij zich erop dat hij niet meer constant aan haar denkt, nu voelt hij zich dáár schuldig over. Hij vergeet detail na detail.

Wat leert hij van deze affaire? Waarom is liefde zo pijnlijk? Is het niet beter niet meer verliefd te worden? Dat neemt hij zich voor. Totdat hij op een feestje Rachel ontmoet …  

Mijn evaluatie van Essays in Love

Alain ziet kans om vrijwel in elke zin een observatie te doen of een vraag te stellen die me deed nadenken. Heb ik dat ook zo ervaren? En waarom dan? Veel is heel herkenbaar, met name overgang van de fase van blinde verliefdheid naar de realisatie dat iemand toch wel anders is dan jouw beeld. Ook over het mokken las ik de analyse met veel belangstelling. Ja, wat wil je ermee bereiken? En waarom doe je het soms wel, soms niet? Alain geeft geen antwoorden, het is zeker geen zelfhulpboek. Wel put hij uit boeken en theorieën van allerlei filosofen, waardoor je wat objectiever naar de emoties gaat kijken.

Het gebruik van een gedetailleerd liefdesverhaal is slim. Zo krijgen de emoties handen en voeten (en schoenen), en denk je eerder over Alains emoties na dan over die van jezelf. Lekker veilig … Zowel Alain als ik-figuur, als Chloe zijn prettige, herkenbare personages, heel normaal. En de ervaringen en ruzies zijn óók heel normaal. En ook heel herkenbaar, denk ik, voor iedereen. Ik hoop wel dat de afloop niet onvermijdelijk is, dat het beëindigen van de relatie óók een kans van 1 op 989.727 heeft. Leuk hoor, zo’n formule met tabel, plus plattegrond van een vliegtuig. Ook zijn er nog wat tekeningen en andere illustraties opgenomen. Alain heeft een hele fijne schrijfstijl, met mooie bewoordingen en humoristische zinsneden die waarschijnlijk in het Engels net even beter overkomen. Ik moest ze vaak wel 2x lezen.

Moet je dit boek lezen? Nee, maar het allereerste boek van zo’n veelschrijvende filosoof die ervan beschuldigd wordt té populair te schrijven is natuurlijk bijzonder.   

Conclusie  

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Essays in Love / Proeven van Liefde duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook)!

Koop Essays in Love / Proeven van Liefde duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: We moeten het weer over de tippingpoint hebben – boeiend

25 jaar na het mega-succes van The Tipping Point wilde ‘neef’ Malcolm Gladwell een soort update schrijven, hedendaagse ‘sociale epidemieën’ onderzoeken. Maar hij merkte dat hij nu heel andere vragen had. Hij deed helemaal opnieuw onderzoek, en komt in Revenge of The Tipping Point uit 2024, in 2026 in het Nederlands uitgebracht als ‘We moeten het weer hebben over de tippingpoint‘, met een nieuwe verzameling theorieën en verhalen. Boeiend als altijd, én leerzaam.

De ondertitel geeft aan waar het om draait: overstory’s, superspreaders en social engineering. En zoals gewoonlijk heeft Malcolm een prettig assortiment aansprekende anekdotes om zijn punt te maken. Een aantal hiervan zijn typisch voor de VS, maar de meeste ook herkenbaar voor Nederland. Interessant is dat hij een morele kwestie aankaart: als je ziet dat ellende veroorzaakt wordt door maar een paar mensen of dingen, pak je dan alleen die aan, of ga je toch voor gelijke behandeling? Wat weegt zwaarder?

Het maatschappelijk boek We moeten het weer hebben over de tippingpoint …

…. introduceert een aantal ‘oorzaken’ waardoor een echte, of sociale epidemie kan uitbreken. De echte epidemie is Covid. De sociale epidemieën zijn plotselinge veranderingen in gedrag, die eerst langzaam gaan, en dan heel snel. De verhalen die hierbij horen gaan onder andere over zelfmoorden, bankovervallen, medische ingrepen, sportbeurzen, verslaving en … de Holocaust.

Superspreaders

In het verhaal over Covid stelt Malcolm dat er een aantal ‘superspreaders’ waren. Sommige Covid-mutaties leidden tot veel zieken, andere mutaties juist niet. En sommige bijeenkomsten bleken de oorzaak te zijn van een uitbraak. En dat is dan weer (mede) te herleiden naar een aantal sprekers die ongelofelijk veel virusdeeltjes de lucht in bliezen. Die ‘superspreaders’ zouden oudere, zware mensen zijn, die grotere kans hadden om uitgedroogd te zijn, wat weer invloed heeft op de hoeveelheid virusdeeltje bij uitademen. En de sprekers bliezen hun adem tijdens hun toespraak natuurlijk nog harder naar buiten dan normaal.

Natuurlijk komt dan de vraag op: stél dat je potentiële superspreaders kunt identificeren, wat doe je dan met ze? Testen? Isoleren? Dat is discriminatie. Maar wel efficiënter dan iederéén maar te beperken. En in het algemeen komt deze situatie vaak voor: een probleem wordt veroorzaakt door een klein aantal gevallen (de 80/20 regel), maar de maatregelen die we treffen, raken iedereen.  

Overstory

Een ander verhaal gaat over de Holocaust. De aandacht hiervoor in de VS ontstond pas in 1978, en kwam door een televisieserie die toen werd gemaakt. 33 jaar na dato! Waarom toen pas? Malcolm verklaart het als volgt: de joden waren natuurlijk bang voor antisemitisme, en wilden daarom zeker niet zwak lijken. Een verhaal over massamoord past niet in het beeld van de sterke, onkwetsbare jood, en dus werd er decennia lang niet over de concentratiekampen gesproken, er was sprake van een soort schaamte. Pas een generatie later zijn de joden trots, en wordt er meer over gesproken, de tijdsgeest is veranderd. En dat geeft ruimte om een televisieserie over de Holocaust te maken, waardoor iederéén opeens op de hoogte is. Die tijdsgeest noemt Malcolm de overstory.

Ook de omgeving is deel van de overstory. Dit wordt onderbouwd door een verhaal over een zelfmoordepidemie onder de jeugd van een klein, welvarend plaatsje. Hier blijkt een enorme prestatiecultuur te heersen, waar geen ontsnappen aan is. Een monocultuur. Een verhaal over cheeta’s die moeilijk te fokken zijn is een andere versie van die monocultuur. De cheeta’s willen niet paren, of krijgen geen levensvatbare kleintjes. Misvormde zaadcellen. Het blijkt dat alle cheeta’s genetisch vrijwel identiek zijn, waarschijnlijk door de grote uitstervingsgolf 12.000 jaar geleden.

Social engineering

Een derde ‘oorzaak’ van epidemieën is hier bewust op inzetten. Social engineering. Het voorbeeld hierbij is de verslaving aan OxyContin, die door farmaceut Purdue bewust werd verhoogd. Dat begon met een overstory van verminderde controle op de hoeveelheid recepten die artsen hiervoor uitschrijven. Purdue rook zijn kans, en ging OxyContin enorm vermarkten. Uiteindelijk maken ze gebruik van superspreaders: artsen die absurd veel recepten, met absurd hoge hoeveelheden OxyContin, uitschrijven. Als het te gek wordt, probeert men maatregelen te treffen, maar het resultaat is dat de verslaafden die niet meer aan hun OxyContin kunnen komen, overstappen op fentanyl en heroïne.

En ook is er social engineering om een epidemie, een omslagpunt, juist te voorkomen. Zo legt Malcolm uit waarom de universiteiten zoveel en zulke rare sportbeurzen uitreiken. Harvard heeft bijvoorbeeld een meisjes-rugbyteam. Hoe komen ze erop? Nou, om de verschillende groepen minderheden onder de 25% te houden, zodat ze niet veel invloed hebben op de cultuur op Harvard, moet er dus een stroom van toelatingen zijn die niet op prestaties is gebaseerd, en te manipuleren is, zonder dat dit opvalt en naar discriminatie riekt. En dat doet men onder andere door op de gewenste groep toegespitste sportbeurzen.

Onze rol bij epidemieën

Malcolm eindigt met de observatie dat wijzelf verantwoordelijk zijn voor het creëren van overstories, en dat we die kunnen veranderen. Dat wijzelf weten wanneer en waar tippingpoints plaatsvinden, en dat we die ten goede kunnen gebruiken. Dat we weten welke mensen die tippingpoints aanjagen, en dat we die mensen kunnen aanwijzen. De middelen om een epidemie te beheersen liggen pal voor onze neus. We kunnen ze aan gewetenloze mensen overlaten, of zelf gebruiken.      

Mijn evaluatie van We moeten het weer hebben over de tipping point

Dit was weer een zeer leerzaam boek, ik heb weer heel wat op internet opgezocht (ge-Ecosiaad). Zoals over de voortplanting van cheeta’s, daar valt wel wat meer over te vertellen, maar de observaties kloppen. Ook het verhaal over de Covid superspreaders las ik na. Héél wat geleerd, ook waarom kinderen juist minder virussen verspreiden.  Natuurlijk blijven het anekdotes, gesimplificeerd, en zullen er vast meer oorzaken aan te wijzen zijn. De verhalen zijn wel goed gekozen, want verrassend, en goed verteld. Voor mensen die in de VS wonen wellicht wat minder verrassend, omdat er daar al meer aandacht aan bijvoorbeeld de opiatencrisis is besteed. De leerpunten zijn algemeen en tijdloos: social engineering kan voor goede of juist kwade doelen gebruikt worden, en is niet altijd makkelijk te herkennen, ik denk dan aan het Harvard voorbeeld. En hoe fair is het om alleen superspreaders aan te pakken? Die vraag zingt nog steeds door mijn hoofd, als oud en zwaar persoon.  

Het sterkste punt van het boek zijn natuurlijk de verhalen, die heel persoonlijk gemaakt worden: je leert de hoofdpersonen aardig kennen. De tabellen en grafieken van de aantallen toelatingen op Harvard, ontwikkeling van het aantal overdoses, zorguitgaven, etc. brengen de boodschap overtuigend over. Het cheeta-verhaal was interessant, maar vond ik toch een wat vreemde eend in de bijt. Dat komt misschien door de structuur van het boek, die ik niet heel helder vond: van overstory naar superspreaders en weer terug, en social engineering die van beiden gebruik maakt maar ook weer een oorzaak op zichzelf is.  

Net als in zijn vorige boeken is de opening en het einde onderdeel van hetzelfde verhaal, in dit geval over Purdue en OxyContin. Malcolm maakt zich superdruk over het feit dat de familie Sackler onwetendheid voorwendt, terwijl het toch duidelijk is dat zij hier bewust op hebben aangestuurd. En dat die duidelijkheid blijkbaar verder niemand is opgevallen, vind ik dan weer raar. We moeten beter worden in het voorkomen van epidemieën, juist als ze bewust worden veroorzaakt.

FOMO? Vind ik wel, het fenomeen tipping point heeft enorm veel invloed op onze maatschappij, en het 80/20 – superspreaderprincipe is op veel terreinen te vinden, ook milieuvervuiling.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur 0, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees We moeten het weer hebben over het tippingpoint duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • of uit een minibieb!

Koop We moeten het weer hebben over het tippingpoint duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Gedrag, Maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

Familie: ‘neef’ Jonathan Haidt

Ken je dat? Dat je filmacteurs zó vaak een goede rol ziet spelen dat je naar ál hun films wilt? Dat je álle wedstrijden van je favoriete sporter wilt zien? En dat je ze volgt op sociale media? Dat ze voelen als familie? Dat heb ik nu met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken, zonder op de recensies te wachten.  Ik volg ze op social media en lees hun nieuwsbrieven. Ze zijn familie, mijn bureau staat vol met hun foto’s! Ik stel elke maand een familielid aan je voor. Deze maand: mijn ‘neef’ Jonathan Haidt.

Waar schrijft ‘neef’ Jonathan Haidt over? 

‘Neef’ Jonathan Haidt schrijft over sociale psychologie, moraliteit en de laatste tijd over ‘safetyism’ en de invloed van het smartphone-gebruik op onze jeugd.

Heeft ‘neef’ Jonathan andere zakelijke activiteiten?

‘Neef’ Jonathan is hoogleraar Ethisch Leiderschap aan de Stern Business School van de Universiteit van New York.

Wat valt er nog meer over ‘neef’ Jonathan Haidt te vertellen?

‘Neef’ Jonathan werd in 1963 geboren, in New York. Zijn familie is joods en komt oorspronkelijk uit Rusland en Polen. Zelf is hij vanaf zijn 15de al atheïst. Hij ging in Scarsdale naar high school, en studeerde daarna psychologie op Yale, waar hij in 1985 zijn bachelor magna cum laude haalde. Tot ieders verrassing werd hij toen computerprogrammeur.

Maar niet lang, hij ging naar de Universiteit van Pennsylvania waar hij zijn master (1988) en PhD (1992) haalde. “Moral judgment, affect, and culture, or, is it wrong to eat your dog?” was de titel van zijn proefschrift, en dat onderwerp én de hond komen terug in zijn boek The Righteous Mind. Het gaat hier om activiteiten die niemand kwaad doen, maar evengoed walgelijk zijn.

Hij was nog niet uitgestudeerd, en ging naar de Universiteit van Chicago om culturele psychologie te studeren. Daarna deed hij een veldstudie in India. In 1994 start hij een jaar assistentschap bij de MacArthur Foundation in Chicago, die initiatieven rond vrede, klimaatverandering en nucleair ondersteunt.

En dan is het tijd om te gaan lesgeven. Hij begint als assistent-professor bij de Universiteit van Virginia, wordt daar associate-professor en dan hoogleraar psychologie in 2009. Gedurende die 14 jaar wordt hij ook actief in de positieve psychologie, en stelt in 2003 een bundel daarover samen: Flourishing. Maar de morele kanten van de psychologie blijven trekken, en dat leidt in 2006 tot The Happiness Hypothesis. Dan spendeert hij het 2007-2008 schooljaar op Princeton in New Jersey en gaat weer terug naar Chicago.

In 2011 tenslotte verhuist hij naar New York voor zijn hoogleraarschap aan de Business School van de Universiteit van New York. Hij richt samen met anderen twee non-profits op: Ethical Systems en Heterodox Academy. Daarna nam hij het initiatief voor de platforms Constructive Dialogue Institute, Let Grow, en The Anxious Generation Movement, die allemaal ontstaan zijn uit zijn boeken. Hij doet alles om zijn theorieën een positieve invloed op de echte wereld te laten hebben.

De afgelopen 2 jaar is hij vaak te zien in TEDtalks, interviews en shows om over de negatieve invloed van smartphones op de jeugd te praten. Zo was hij afgelopen jaar bij Eva. Want: toevallig op vakantie in Nederland (bollenvelden! oude meesters! grote mensen in kleine autootjes!), dus dat paste prima. Hij heeft daar een discussie met Alexander Klöpping. Ik kijk weinig tv, lees liever zijn substack After Babel om bij te blijven.

‘Neef’ Jonathan is getrouwd met Jayne Riew en heeft een zoon, Max, en een dochter, Francesca. ‘Nicht’ Jayne heeft een Aziatische achtergrond en is fotografe. Het gezin houdt hun privé leven ook privé. Dat doe ik dus ook.

Welke boeken schreef ‘neef’ Jonathan Haidt ?

‘Neef’ Jonathan schreef 5 boeken, waarvan ik er 3 las en recenseerde. Ik vond ze alledrie gewéldig, dus die andere 2 staan hoog op mijn leeslijst. Verder schreef hij 2 essays of samenvattingen gebaseerd op 1 van die boeken, was editor voor een aantal bundels, schreef voorwoorden voor andere boeken en pende natuurlijk een hele stapel artikelen voor vakbladen op het gebied van psychologie.

The Amazing Generation (2026) – The Amazing Generation (2025)

Uit mijn recensie: Het aantal zelfmoorden bij jongeren stijgt snel, er is een correlatie met de introductie van de smartphone en sociale media, stelt Jonathan. Inmiddels zijn overheden en ouders druk bezig smartphones en sociale media bij jongeren te verbieden. Ja ja dacht ik, dan gaan ze het gewoon stiekem doen. Maar Jonathan is slim: hij wil óók de jongeren van het gevaar overtuigen. En dat probeert hij, samen met Catherine Price, middels dit jeugdboek, in 2026 in het Nederlands uitgebracht. Ik val niet binnen de doelgroep, maar vind zijn poging méér dan geslaagd. Met 6 jongeren als hoofdpersonen laat hij zien hoe smartphone-verslaving in zijn werk gaat. Niet kinderachtig geschreven, dus ook voor ouders! Lees mijn recensie | Koop bij Libris   

Generatie angststoornis (2024) – The Anxious Generation (2024)

Uit mijn recensie: Beetje overdreven, dacht ik. Een angststoornis van sociale media? Die kinderen lopen gewoon te zeuren, verwende typetjes. Ik had het mis, heel erg mis. Jonathan heeft mij met dit boek overtuigd van de omvang van het probleem en de urgentie er wat aan te doen. Elke dag dat we het op z’n beloop laten, levert weer meer ongelukkige, zieke en dode jongeren op. Dode jongeren? Jawel. Eén van de vele dingen die ik niet wist, is dat het aantal zelfmoorden bij jongeren sterk omhoog gaat, en de correlatie met sociale media, of smartphonegebruik, is groot. Haidt ziet twee basis-oorzaken: We beschermen de kinderen teveel in de fysieke wereld, en te weinig in de virtuele wereld. Die combi is letterlijk dodelijk. Lees mijn recensie | Koop bij Libris

De betutteling van de Amerikaanse geest ( 2022) – The Coddling of the American Mind (2018)

Dit boek las ik nog niet. Flaptekst: Provocatief boek over wat politieke correctheid doet met onze geest en het einde van het kritisch denken. De afgelopen jaren is er veel veranderd op de (Amerikaanse – esc) universiteiten. Sprekers wordt de mond gesnoerd, studenten en professors lopen op eieren en durven niet vrij te spreken. Angststoornissen, depressies en zelfmoorden nemen toe. Hoe is deze situatie tot stand gekomen? Jonathan Haidt en Greg Lukianoff laten in dit boek zien wat de cultuur van safe spaces aan Amerikaanse universiteiten doet met de geest van studenten. Door een sterke doorvoering van politieke correctheid wordt ons vermogen om kritisch na te denken in gevaar gebracht. De auteurs analyseren de bedoelingen en ideeën achter deze trend en laten zien wat de effecten zijn, zowel binnen de universiteiten als op de maatschappij. Koop bij Libris

Het rechtvaardigheidsgevoel (2021) – The Righteous Mind (2012)

Uit mijn recensie: Een uitstekend boek wat het ontstaan van onze morele waarden en de invloed van cultuur daarop, onder de loep neemt. Veel wetenschappelijke onderbouwing, vlot geschreven, en vol ‘WOW-wist-ik-niet’. Het heeft mijn gedachten over moraliteit, religie en conservatieve politiek grondig veranderd. Een relevant boek ook, waarin de problematiek van vandaag de dag objectief, helder en humoristisch wordt geduid. Het beslaat een groot terrein, van evolutie, via antropologie naar psychologie, maar nergens is sprake van jargon. Vlot geschreven, ondanks de omvang las ik het bijna in één adem uit. En het heeft een goed doel: Haidt pleit voor meer begrip voor (de moraliteiten) van de ander. Lees mijn recensie | Koop bij Libris

De gelukshypothese (2006) – The Happiness Hypothesis (2006)

Dit boek las ik ook nog niet. Flaptekst: Hoe word je gelukkig? Jonathan onderzoekt een groot aantal oosterse en westerse wijsheden en brengt ze in verband met inzichten uit modern psychologisch onderzoek. Zo komt hij tot verrassende inzichten, die de lezer daadwerkelijk kunnen helpen om een gelukkiger, betekenisvoller leven te leiden. Hij laat bijvoorbeeld zien waarom deugd niet altijd verheugt, en waarom brutale mensen inderdaad de halve wereld hebben. Jonathan’s bijzondere combinatie van aloude wijsheid met moderne wetenschappelijke inzichten leidt tot een zeer doeltreffend resultaat. Koop bij Libris

Ander werk

Why Do They Vote That Way? – A Vintage short (from The Righteous Mind) (2018)

Een eBook samenvatting ontleend aan Het rechtvaardigheidsgevoel. Flaptekst: To understand what drives the rift that divides our populace between liberal and conservative, social psychologist Jonathan Haidt has spent twenty-five years examining the moral foundations that undergird and inform two differing world views: the political left and right place different values of importance on order, care, fairness, loyalty, authority, and liberty. From one of our keenest dissectors of moral systems, Why Do They Vote That Way? explains how deeply ingrained moral systems have estranged conservatives and liberals from one another while crossing the political divide in a search for understanding the miracle of human cooperation. Koop bij Libris

Can’t We All Disagree More Constructively – A Vintage short (from The Righteous Mind) (2016)

Een eBook samenvatting ontleend aan Het rechtvaardigheidsgevoel. Flaptekst: As America descends deeper into polarization and paralysis, social psychologist Jonathan Haidthas done the seemingly impossible—he has explained the origins of morality, politics, and religion in a way that speaks to everyone on the political spectrum. Drawing on twenty-five years of groundbreaking research, Haidt shows why liberals, conservatives, and libertarians have such different intuitions about right and wrong, and why we need the insights of each if we are to flourish as a nation. Here is the key to understanding the miracle of human cooperation and the eternal curse of moralistic aggression, across the political divide and around the world. Koop bij Libris

Essays voor vakbladen:

*The Emotional Dog and its Rational Tail: A Social Intuitionist Approach to Moral Judgment (2008)

*Three Stories about Capitalism: The moral psychology of economic life (audio cd) (2017)

*Sacred Values and Evil Adversaries: A Moral Foundations Approach (2012)

* … en nog zo’n 100 artikelen.

En verder schreef Jonathan het voorwoord bij een aantal boeken en was hij (mede) editor bij een aantal bundels, waaronder Flourishing: Positive Psychology and the Life Well-Lived (2003)

Verantwoording

Deze informatie komt uit  WikipediaGoodreadsLibris, en zijn eigen website.

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 (update november 2025) stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari (update maart 2026) nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober (update maart 2026) nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari (update maart 2026) nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni (update maart 2026) nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart (update mei 2026) was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April (update november 2025) was voor tante Jane Goodall
  29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor
  30. En in juni nicht Babette Porcelijn.
  31. In juli was de beurt aan mijn neef Yuval Noah Harari
  32. Augustus was voor nicht Robin Wall Kimmerer
  33. In september (update februari 2026) stelde ik neef Rutger Bregman aan je voor
  34. En in oktober nicht Roxane van Iperen
  35. In november was de beurt aan neef Roman Krznaric.
  36. December was voor tante Carol Dweck.
  37. In januari 2026 stelde ik neef Hans van der Loo aan je voor.
  38. En in februari nicht Katja Staartjes
  39. In maart was de beurt aan neef Malcolm Gladwell.
  40. April was voor ‘nicht’ Lois P. Frankel.
  41. In mei stelde ik ‘neef’ Frans de Waal aan je voor.
  42. En in juni ‘nicht’ Stine Jensen.
  43. In juli was de beurt aan ‘neef’ Jonathan Haidt

Geplaatst in Maatschappij, psychologie | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Tot aan de rivier – over verslavingen en liefde

Blijf je bij me tot aan de rivier? vraagt Rayya aan Elizabeth Gilbert. Deze belooft dat, en in Tot aan de rivier uit 2025 lezen we wat zich in het volgende deel van Liz’ leven afspeelt. Deze derde memoir is nog véél dramatischer dan haar eerste twee: Eten, bidden, beminnen en Toewijding. We lezen over opnieuw verliefd worden, de dood van Liz’ geliefde, Liz’ verslavingen en haar pogingen om af te kicken. Hoeveel dramatische ontwikkelingen kan een mensenleven hebben?

Rayya is Liz’ kapster, en de twee worden goede vriendinnen en dan geliefden. De rivier is de East River in New York, om daar te komen moet je door een aantal buurten, van rijk en schoon tot achterbuurten vol verslaafden. Die rivier staat voor Rayya voor de dood, alleen de allerbeste vrienden lopen met je mee. Op weg daarnaartoe krijgt ze kanker, wordt weer verslaafd, en jaagt Liz weg. Liz beschrijft al haar gevoelens hierbij uiterst gedetailleerd, ze lijkt erg weinig controle te hebben over haar emoties en haar leven. Daarbij komt een flinke dosis spiritualiteit.    

Het memoir Tot aan de rivier …

….. begint 5 jaar na de dood van Rayya, als deze weer in het hoofd van Liz zit. Ze heeft een hele afscheidsspeech. ‘Je hebt me niet meer nodig’ zegt ze. ‘Ik wacht op je bij de rivier’. Liz schrijft het allemaal snel op in haar dagboek. Rayya geeft haar ook opdracht om haar belofte na te komen en álles te vertellen over hun leven samen. Ik had de indruk dat het een biografie van Rayya zelf had moeten worden, maar méér dan dat deze Syrische is, knap, een sterke persoonlijkheid heeft, visagiste van beroemdheden is geweest en net junk-af, lezen we eigenlijk niet. Nu had Liz Rayya al eerder aangezet om haar memoires te schrijven, en dat is ‘Harley Loco’ geworden, gepubliceerd in 2013. Dus daarin lees je meer over Rayya. De letterlijke opdracht van Rayya aan Liz is nu om ‘een volstrekt eerlijk boek over verslaving’ te schrijven, daar lijkt veel van hun tijd samen om gedraaid te hebben.

In Tot aan de rivier lezen we dus voornamelijk over de eigenaardigheden van Liz. Behalve dat ze Rayya in haar hoofd hoort, heeft ze ook gesprekken met God. Die hoorde ze het eerst bij het begin van Eten, bidden beminnen, toen haar eerste huwelijk op de klippen was gelopen, en haar affaire ook niet loopt zoals ze wil. Ze volgde de stem van God over de hele wereld. Ze ontmoette op Bali haar tweede man. En schreef een boek over haar reizen. En werd er heel rijk mee.

Co-dependentie

Geld: dat maakt de co-dependentie in haar nog sterker: ze wil iedereen redden, haar lage zelfbeeld geeft haar het idee dat zijzelf al die welvaart niet verdient, en anderen juist meer. Ze neemt de verantwoordelijkheid voor het leven van anderen over, stimuleert afhankelijkheid bij anderen, bekenden én onbekenden. Nu dringt ze haar geld op, zoals vroeger haar lichaam, want ze is ook verslaafd aan seks en liefde. Zijn we dat niet allemaal, dacht ik nog. Maar nee, hoe zij de veroveringen aan elkaar placht te rijgen is best uitzonderlijk, hoewel ze op de details niet ingaat. Voor het gemak geeft Liz een lijstje met de symptomen van co-dependentie, de buitensporige emotionele of psychisch afhankelijkheid van een ander, vaak iemand die veel aandacht nodig heeft.  

Opnieuw verslaafd

Bij de ontwikkeling van de relatie met Rayya lijkt het of Liz, door haar verslaving, veel afhankelijker is van Rayya dan andersom. Als Rayya kanker krijgt, bekent Liz dat ze verliefd is. Ze gaan samenwonen en dat is een tijdje geweldig. Maar door de pijnbestrijding, wat start met morfine, wordt Rayya opnieuw verslaafd aan cocaïne en fentanyl en heeft Liz’ nodig om voor haar te zorgen, fysiek en financieel. Verslaafden zijn vampiers, heeft Rayya ooit gezegd, en ze behandelt Liz inderdaad schandalig. Ik vond dit een bijzonder deel: enerzijds was ik verbaasd dat Liz zich zolang laat uitschelden en misbruiken, anderzijds is het moeilijk te begrijpen dat ze een stervende en zwaar verslaafde geliefde in de steek laat, ondanks alle redenen daarvoor.

Dood en rouwverwerking

Rayya wordt verzorgd door een ex-vriendin, die er ook in slaagt haar te laten afkicken. Liz komt weer op bezoek, en je proeft de jaloezie, het onbegrip dat de ander wel slaagt waar Liz faalde. Rayya overlijdt in 2018 na een flink gevecht. Liz gaat als een gek aan het werk en schrijft Stad van meisjes (2019). Daarna gaat ze aan de slag met haar verslaving aan drank en psychedelica. Ze bezoekt verschillende AA programma’s, één voor de drugs (NA), één voor de alcohol (AA), één voor de sex en liefde (SLAA), elke dag één of zelfs meerdere per dag. De relatie met God is prominent in deze programma’s, en de aandacht voor Liz spiritualiteit neemt ook toe in dit deel. Ze ‘ziet’ en ‘hoort’ ook Rayya’s moeder en heeft gesprekken met Rayya zelf.

Mijn evaluatie van Tot aan de rivier

Ik las bijna al Liz’ boeken. Dus ook Eten, bidden, beminnen en vond dit naast interessant ook gewoon een leuk boek. Het is persoonlijk en emotioneel ja, maar gaat ook over smakelijk eten in Italië, grappige ervaringen in India en mooie beschrijvingen van het culturele eilandleven op Bali. Dit boek is niet smakelijk, niet grappig en ook niet cultureel. Wel leerde ik een hoop over co-dependentie en verslavingen, op een manier die me raakte, meer als een wat droog studieboek dat zou kunnen. Wat dat betreft is de opdracht van Rayya geslaagd. Het boek is trouwens ook opgedragen aan Liz’ ‘zussen en broers in de zelfhulpgroepen’.

Ik vond de emoties wat overdonderend, heb ook een paar keer met tranen in mijn ogen gezeten, maar voor mij was het toch allemaal net teveel, in 440 pagina’s. Ook wat betreft de gesprekken in haar hoofd vroeg ik me vaak af of ze dit nu echt zo hoorde, of dat het gewoon een kwestie van aangrijpende storytelling is. Want het boek is erg goed geschreven, dat wel, ik vond het moeilijk om weg te leggen.

Hier en daar zijn gedichten van Liz opgenomen , en tekeningetjes. Ik werd er niet echt warm van. Het geeft wel de indruk dat je in een dagboek zit te lezen, en dat zal de bedoeling zijn geweest.     

Fomo? Niet echt. Het is zeker geen ‘opvolger van Eten, bidden, beminnen’. In Goodreads zie ik 5* en 1*, you hate it or you love it, er zit weinig tussen. In de VS maakte de affaire én het boek veel los, in Nederland las ik er weinig over.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl 0

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Tot aan de rivier duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook)!

Koop Tot aan de rivier duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Biografie | Tags: , , , , | Plaats een reactie